Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Berthus en Nelly Oktober | Telefoonkaarten japan | Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Cuttlebug embossing folders en stanzen | Double Do Alfabet | Nieuwe producten cuttelbug Verkrijgbaar!!!! | Kaarten gemaakt met de cuttlebug | Algemene informatie | E-mailformulier | Gastenboek | Weblog | Abdim ooievaar | Afrikaanse Gaper | Afrikaanse Maraboe | Afrikaanse Nimmerzat | Afrikaanse Wolhals Ooievaar | Hamerkop ooievaar | Indische Gaper | Indische Maraboe | Indische Nimmerzat | Indische Wolhals Ooievaar | Jariboe | Javaanse Maraboe | Maleise Nimmerzat | Schimmelkop Ooievaar | Schoenbek Ooievaar | Vorkstaart Ooievaar | Witte Ooievaar | Zadelbek Ooievaar | Zwartnek Ooievaar | Zwarte Ooievaar | Zwartsnavel Ooievaar | Wantlist Stork Stamps | Ooievaars postzegels | Ooievaar telefoonkaarten | Double Stork items | Ooievaar postzegellijst | Maximumkaarten | 1e Dagenvelopen | Ooievaar boeken en folders | Ooievaarverzameling | Ooievaarkaarten | Ooievaars schedels en skelletten | kerstkaarten met de cuttlebug

 

 

ZWARTE OOIEVAAR           

CICONIA NIGRA 

 

 

ANDERE BENAMINGEN

Duits :  Schwarzstorch
Frans :  Cicogne Noire
Zweeds :  Svart Stork
Deens :  Sorte Stork
Spaans :  Ciguena negra
Pools :  Bocian czarny
Russisch :  Chyorny Aist
Afrikaans :  Grootswartooievaar
Kwangali :  Endongondongo
Zuid Sotho :  Makoroane
Xhosa :  Unocofu
Hausa :  Gandahari, Gamdayaki, Gamyaki
Hindi :  Surmal
Chinees :  Hei-kuan, Wu-kuan, Hei-cuchi
Koreaans :  Hyun hak
Japans :  Nabekoh,Kuro-koh
  
Lengte :  97 cm
Spanwijdte :  150 cm
Gewicht :  2500-3000 gram
Vleugellengte :  56 cm
Snavel :  16-19 cm
Vleugelslagen :  159 per minuut

 

 

UITERLIJK

Deze middelgrote ooievaar, is staand 90-100 cm groot, heeft een volledig glanzend zwart veren kleed uitgezonderd het wit op zijn lage borst en buik. Welke doorgaat tot aan de lange onderstaartveren die een geplooide rand vormen bij de zwarte staart. De volwassen kop, nek en boven dekveren zijn glanzend met een metaal paars en brons achtige kleur, en zijn rug met een kleurenspel van groen. De staartveren zijn iets valer en bruiner. De veren van de onderkant van de voornek zijn verlengt, en vormen een nogal loshangend nekpluim, die omhoog kan gaan staan tijdens gedragingen of wanneer de temperatuur erg laag is. De naakte huid rond de ogen, de snavel en de poten zijn rood en de iris is bruin. Beide sexen zijn qua veren kleed identiek, hoewel het mannetje iets groter is en heeft vaak een langere, zwaardere en soms meer gekromde snavel. De zwarte ooievaars veranderen tijdens de rui van veren kleed in een prachtig helder veren kleed in de lente. En hun kleurenspel is meer zichtbaar, met name op de kop, nek en vleugel dekveren van het mannetje.

  

 

BROEDVERENKLEED

Tijdens het broedseizoen worden de rode huid van de kop, snavel en poten dieper rood. Het gebied van de rode huid breidt zich uit tijdens vertoningen en trekt zich weer in als de ooievaar in rust is. Zodat de snavel en gebied rond de ogen van elkaar gescheiden worden door zwarte veren bij vogels die niet broedrijp zijn. Na het broedseizoen, worden de zachte delen minder stralend of iets bruiner van kleur.

 

 

VEREN KLEED JONGEN 

De jongen zijn als ze geboren worden bedekt met een spaarzaam dons, welke naarmate ze ouder worden dikker wordt, het is wit met een soort blauwachtige tint die als snel bevuild is. Hun snavel is geel, en de poten en tenen zijn roze of vleeskleurig, later wordt hun snavel oranje/geel aan de basis, en gaat over naar een olijfachtige kleur, en de poten worden vaal olijf van kleur. Het totale veren kleed is met 2 maanden aanwezig. Nadat ze hun vleugels hebben ontwikkeld worden de jongen bruiner, zonder het kleurenspel van de ouders. De nek en vleugels zijn dof en gevlekt, met name op de onder nek, met licht bruine vleugelpunten, en enkele zwarte veren met een lichte groene glans. De snavel en poten zijn vaal grijs/groen, zoals het gezicht. De snavel en poten worden rood in de lente van hun 2e levensjaar, als ze ongeveer 10 maanden oud zijn.

 

  

GELUID

De volwassen zwarte ooievaars hebben een uitgebreider vocabulaire dan de witte ooievaars. Normaal wordt een fluisterend of piepend geluid geproduceerd. Maar hun snavel klepperen is minder ontwikkeld. Dit kan komen doordat de zwarte ooievaars meer in beslotenheid nestelen, korte afstand is belangrijker dan het op afstand kontakt maken vanwege indringers. Ze maken 2 verschillende coupletten van geluiden en kunnen worden omschreven als Cha-lie, chalie, chalie of hiji chi-chu. Fleeee,he flee of hiiio hiiio. Hun melodieuze vliegroep is zelden hoorbaar.

Maar trekkende zwarte ooievaars zijn wel eens gehoord bij nacht. Ook verschillende roepen van de jongen zijn bekend. Hij kleppert weliswaar niet echt, maar brengt als hij opgewonden is wel korte, onregelmatige, klepperende geluiden voort. Tijdens de Balts en als hij opgewonden is , spreidt  hij de welige witte onderstaartveren uit, houdt zijn gestrekte hals naar  beneden en maakt een reeks fluitende, kuchende geluiden. Op het nest roept hij soms zacht, en een enkele keer laat hij een melodieuze vliegroep horen , die als Fuo klinkt.

 

 

VLIEGWIJZE

Zwarte ooievaars zijn bijzonder beweeglijk en manoeuvreren behendig tussen het dichtbegroeide bos. Er wordt zelfs gezegd dat hij sneller vliegt dan de witte ooievaar. Hoewel metingen hebben uitgewezen dat dit echt niet het geval is, en dat het aantal vleugelslagen normaal is voor vlucht op niveau. Het aantal vleugelslagen bij een zwarte ooievaar is gemiddeld 159 slagen per minuut tegenover de 170 vleugelslagen per minuut van de witte ooievaar. Hoewel hij tijdens de trek wel gebruik maakt van zijn zweeftechniek op de termiek. Dit heeft er misschien mee te maken dat de zwarte ooievaar nauwere vleugels heeft. Vooral in de omgeving van het nestgebied laten de zwarte ooievaars acrobatische luchtshows zien, terwijl ze fluitende geluiden maken.

 

  

ZWARTE OOIEVAARS EN ANDERE OOIEVAARS.

De zwarte ooievaar kan verward worden met de abdim ooievaar omdat ze op het eerste gezicht erg op elkaar lijken. Maar de abdim ooievaar is veel kleiner, met een witte lage rug en romp, en heeft groenige poten en snavel.

De zwarte ooievaar kan duidelijk onderscheiden worden van de Wolnek ooievaar. Welke veelvuldig gezien wordt tijdens de trek in noord India. Maar de zwarte ooievaar heeft een zwarte nek, rode snavel en poten en is groter.

 

 

DISTRIBUTIE EN POPULATIE

De zwarte ooievaar heeft het meest uitgestrekte broedgebied van alle ooievaars. Hij komt voor of kwam voor over het gehele Palearctic gebied. Zijn leefgebied is van Europa, ScandinaviŽ/Duitsland en Portugal/Spanje aan de ene kant tot de Sowjet Unie, MongoliŽ tot aan het maritieme territorium en noord oost China. Hij broed ook in zuid Afrika, van Zambia en Malawi tot aan de Kaap provincie. Binnen dit gebied, is hij dun verspreid en wijd versnipperd en in veel gebieden gaat hun aantal achteruit. Hij is verbannen uit zijn voormalige broedgebieden in zuid Zweden, Denemarken en Finland, Nederland, met uitzondering van een aantal oude paren in zuid en west Duitsland, Frankrijk, Griekenland en Korea. Waarneembare nestgebieden zijn nog steeds te vinden in Portugal, Spanje,Polen en oost Duitsland, Hongarije, Tsjechoslowakije, Sowjet Unie en waarschijnlijk ook nog in enkele andere landen in oost Europa. In de Sowjet Unie komt deze zwarte ooievaar voor in het meest noordelijke gedeelte vlakbij Leningrad, Vologda en Kirov. In SiberiŽ op het oostelijke gedeelte van de Oeral, leeft hij op 61 graden noorder breedte. Hij komt met name over geheel oost Sowjet Unie voor ten zuiden van 60-63 graden noorder breedte, in bergachtige en bosrijke gebieden. Maar niet bij steppe gebieden, tot aan de Pacific oceaan. De populaties in Eurazie zijn trekvogels en de populaties in het zuiden van Afrika zijn standvogels.

 

 

BROEDGEBIEDEN

Hij broedt in het noordelijke gedeelte van MongoliŽ, beneden tot aan the Gobian Altai, en door het meest noorden van China, ten westen van Sinkiang. In noordoost China, broed hij soms in het zuiden tot aan zuidoost Korea, vlakbij Andong, Kyongsang-pukto. Tijdens de midden 80 jaren werden broedende zwarte ooievaars geobserveerd tijdens het broedseizoen in noordoost Korea en nestelen daar waarschijnlijk nog steeds ( 44 in 1987). Verschillende zwarte ooievaars werden waargenomen in kolonie van zwarte kiekendieven en de grijze reigers, nabij de Caspische kust in noord Iran tijdens April en Juli. Maar het is niet duidelijk of ze daar nu ook echt broeden. Een nest gebied is bekend in centraal Iran, in het moerasgebied nabij Isfahan. Aangenomen kan worden dat waarschijnlijk 1 of 2 paren nestelen in de Tobakhar bergen of Baluchistan in noordwest Pakistan. Ook werden er 2 jonge zwarte ooievaars gezien in Quetta, Pakistan, en er werd ook een nest gevonden in het bos. Door jacht en oorlogen is het niet denkbaar dat ze daar nu nog broeden. Er zijn verschillende waarnemingen in Afghanistan tijdens de zomer, maar er is geen bewijs dat ze daar ook broeden. IN 1966 telde men in RhodesiŽ en bij Drakensbergen 34 broedparen.

 

 

TREK 

Tijdens de trek beweegt hij zich meestal voort in kleine groepen en trekt niet vaak samen tegelijk met groepen witte ooievaars, wel met prooivogels. Hij trekt vooral sínachts. De meeste zwarte ooievaars zijn trekvogels, maar sommige populaties zijn standvogels. Tijdens de omvangrijke trek, komt de zwarte ooievaar over bijna geheel het tropische gebied van Afrika en AziŽ voor. Het grootste gedeelte van de oost Europese zwarte ooievaars trekken naar Afrika, terwijl de zwarte ooievaars van west AziŽ hun winter doorbrengen in noord India. En die van het verre oosten overwinteren waarschijnlijk in Zuid China. Enkele Iberian populaties en zo ook de zuid Afrikaanse populaties hebben eigenlijk geen essentiŽle reden om te trekken, hoewel ze wel eens afzwerven naar andere gebieden buiten het broedseizoen.

 

 

TREKROUTES

Hoewel de meeste routes uitgezet lijken te zijn langs een vaste weg, zijn de zwarte ooievaars waarschijnlijk minder afhankelijk van de glijvluchten zoals de witte ooievaars dat nodig hebben. Er zijn zwarte ooievaars gesignaleerd van ItaliŽ tot de Eegeische zee, en verschillende middellandse zee eilanden. Ze steken grotere watervlaktes over dan de witte ooievaar normaal gesproken doet. De zwarte ooievaars (uitgezonderd die van Iberia omdat dat vaak standvogels zijn), vertrekken meestal vroeg in Augustus tot oktober. Maar de grootste groep vertrekt in September.

Bijna alle zwarte ooievaars uit Europa trekken naar Afrika. Maar relatief weinig zwarte ooievaars trekken via Gibraltar en bezoeken west Afrika, omdat er nog steeds enkele broedvogels zijn in west Europa. Enkele waarnemingen zijn bekend in Tsjaad en Nigeria, en enkele in de Senegalese delta bij Roux. Er zijn spaarzame waarnemingen van andere west Afrikaanse landen. Er is een kleine maar regelmatige lente trek bekend ten noorden van TunesiŽ. De route over het oostelijke deel van de evenaar wordt gebruikt door de meeste zwarte ooievaars.

Over de Bosporus werden tussen 16 Augustus en 25 Oktober in 1966 6194 zwarte ooievaars geteld. En meer dan 7400 zwarte ooievaars werden geteld tussen 8 September en 8 Oktober in 1973. De pieken waren later in September. Een totaal van 203 zwarte ooievaars werden gezien in een periode van 3 uur nabij de Bosporus in maart 1963. Groepen van bijna 500 zwarte ooievaars werden geteld boven IsraŽl in zowel de lente als in de herfst op hun reis naar het noorden. 3500 zwarte ooievaars werden geteld op 26 maart 1981 boven the vallei of the Moon nabij Eilat.

 

  

OVERWINTEREN

Slechts enkele zwarte ooievaars bezoeken in de winter IsraŽl, bij de vispoelen. Enkele overwinteren zelfs in noord Turkije. Zwarte ooievaars die op doorreis zijn naar Afrika, reizen door tot Sinai en de kust van de rode zee, en zijn zeldzaam bij de Nijl vallei. Zwarte ooievaars zijn gezien bij de rode zee, nabij Jiddah en in kleine groepjes nabij Aden, maar er is geen bewijs dat ze daar van origine leven. Overwinterende ooievaars worden regelmatig waargenomen in kleine aantallen in zuid Afrika tot aan Sudan zoín 100 dagelijks en in Kenia en noord Tanzania, aangenomen wordt dat het hier om Europese zwarte ooievaars gaat. Vogels in zuid Tanzania zijn van origine waarschijnlijk zuid Afrikaans. Geringde zwarte ooievaars van noordoost Europa zijn teruggevonden in EthiopiŽ en Uganda ( 1966-422). Zwarte ooievaars passeren Pakistan aan de voorkant langs noordwest Baluchistan en via het noordwesten van de Himalaya, en een groep van meer dan 100 ooievaars werd in 1969 gesignaleerd in Gilgit in de herfst. In Januari 1969 werden 81 zwarte ooievaars gezien bij Punjab in Pakistan, en ze werden wederom genoteerd bij de Kurram vallei. Het is zeker dat groepjes zwarte ooievaars regelmatig in noord India overwinteren zo ver zuidelijk als 14-15 noorder breedte. Zwarte ooievaars van het oostelijke Sowjet Unie en China overwinteren meestal in zuid China. In Hong Kong is de zwarte ooievaar een ongewone gast. Hij is ook een zeldzame gast in Burma, Noord Thailand en Laos. In Korea komt de zwarte ooievaar zelden voor, eigenlijk alleen soms in de zomer, en heel soms in het zuiden van Pensinsula.

 

 

TREKGEDRAG

Over het algemeen trekken de zwarte ooievaars in kleine groepen, maar ook enkele vogels zwerven rond en zijn ver buiten hun gebied gezien. Zoals bijvoorbeeld in Engeland, Noorwegen, Finland, Zwitserland, Malta, Cyprus, Madeira, Taiwan en Japan. Oude ringen tonen aan dat van 4 Deense ooievaars er twee in Nederland, en 2 in Frankrijk werden teruggevonden. 2 Jongen die geringd waren in oost Duitsland werden teruggevonden in Frankrijk en Hongarije. Zwarte ooievaars geringd in Latvia werden teruggevonden in Polen in September, in zuid AziŽ in November en in Egypte in het daaropvolgende jaar. Zwarte ooievaars die geringd waren in Litouwen werden weer teruggevonden in Hongarije, en in centraal Sowjet Unie. Een geringde zwart snavel ooievaar uit Kaliningrad (USSR) werd teruggevonden in Peloponnesus Griekenland. Lente trekvogels arriveren tussen maart en mei weer bij hun broed gebieden terug, meestal in april. In de meeste gebieden arriveren ze 1 a 2 weken later dan de gewone witte ooievaar.

 

 

POPULATIE EN RICHTING

De populaties zijn klein. De zwarte ooievaar is nergens gewoon, en hun aantal gaat overal achteruit. In de Sowjet Unie staan ze op de rode lijst, en staat beschreven als een zeldzame vogel die wijd verspreid is, maar steeds minder voorkomt. Het totale aantal zwarte ooievaars in de Sowjet Unie is onbekend, maar er broeden er niet meer dan 100 in west Ukraine. In Estonia werd in 1970 hun aantal geschat op zoín 80 nestparen. In Latvia werden in de jaren 50 260 nestparen geteld. Tegenwoordig broeden slechts 2 a 3 paren in het Qianshan Natuur reservaat, in de Liaoning Provincie in Noordoost China. De zwarte ooievaar komt waarschijnlijk tegenwoordig niet meer voor als broedvogel. Hoewel ze nog wel af en toe in het voorjaar gesignaleerd worden in noordoost Korea in Hamgyong-Pukto en zouden daar hun nest gebied kunnen hebben. Een aantal paren schijnt nog steeds te nestelen in west Duitsland o.a. op de Luneburger Heide. En waarschijnlijk een paar of 4/5 in Oostenrijk, en zoín 20 paar nestelt nog in Griekenland. Als broedvogel is hij volledig verdwenen uit Denemarken, sinds de jaren 50. Het laatste nest was in 1953 gezien. Hun totale verdwijning uit Denemarken heeft te maken met het kappen van oude bomen en te veel menselijke activiteiten nabij het nest. En er zijn veel geringde vogels afgeschoten tijdens de trek buiten Denemarken.

In JoegoslaviŽ is hun aantal sterk achteruit gegaan, met name in het noorden, maar zoín 50/80 paar broeden in de jaren 80 nog steeds langs de Sava Rivier in KroatiŽ. In Polen maakt men goede vorderingen en stijgt het aantal zwarte ooievaars sinds 1936 weer, na 50 jaar van achteruitgang. In 1966, werden er 480 bezette nesten gevonden in polen, en de totale populatie werd geschat op zoín 500-530 paren. Bij een telling in de jaren 80 kwam men daar tot een aantal van zoín 800 zwarte ooievaars. In West Duitsland waren er nog 18 paar over na 1963 en in Tsjechoslowakije was hun aantal tussen 1940 en 1960 nog zoín 100. Er waren 50-60 paren geteld in Hongarije in 1941 en in de jaren 80 telde men er zoín 150. Twee geÔsoleerde populaties verblijven op een andere plaats in Europa. Een in noord Portugal, waar zoín 25-30 paren nog steeds broeden. En een aantal van zoín 100-150 paar in Centraal en zuid/west Spanje. Een klein aantal paren broed in Afrika, waar enkele nesten zijn gezien. Onder andere 15 broedparen in Zimbabwe (voormalig RhodesiŽ), 9 in de Kaap provincie en 4 in Natal zuid Afrika.

3 in Lesotho, en zo ook een aantal in Mozambique, Botswana en de Orange Free State in Zuid Afrika waar een totaal van 34 broedparen nestelt. Bij een latere telling in 1976 kwam men tot de conclusie dat er niet meer dan 100 broedparen voorkomen in Afrika zelf, maar deze populatie is wel stabiel. De transvaal provincie in zuid Afrika heeft een eigen populatie van zoín 50/70 broedende zwarte ooievaars. En enkele broedparen zijn gesignaleerd in Zambia (1971-46) tenminste 2 nesten in Malawi, en waarschijnlijk een paar nesten in het Kuiseb Rivier Canyon in west NamibiŽ.

 

  

LEEFOMGEVING

De zwarte ooievaar vermijd normaal gesproken de menselijke woonomgeving, en geeft de voorkeur aan bosrijke gebieden met laagwater meertjes, en poelen. Voorkeur aan loof- en naaldbossen. Als ook moerasland, rivier en beken. Hij is zeer afhankelijk van water omdat hij meer vis en watervoedsel eet dan de witte ooievaar. Zo erg zelfs dat ze in zuid Afrika niet broeden tijdens aanhoudende droogte. Hoewel er veel watergebieden zijn in hun leefomgeving, worden de onvolwassen zwarte ooievaars toch ook vaak aan de waterkant gezien. Hij foerageert echter ook wel op droog land in de winter, waar hij op zoek gaat naar reptielen, insekten en andere zoogdieren.

De zwarte ooievaar vaak te vinden in de bergen of heuvelachtige gebieden. En broed zelfs in Soviet centraal AziŽ op een hoogte van 2000-2200 meter zoals in Dementiev en Gladkov ( in 1951-441 nesten). In Lesotho, zuid Afrika broed hij ook op 2000 meter hoogte (179-1982). En in west Sudan in 1957 werden zoín 20 nesten geteld op een hoogte van 2500 meter.

 

 

FOERAGEERMETHODES

Hun foerageer gedrag bestaat voornamelijk uit het langzaam door laagstaand water lopen, soms alleen maar ook wel in groepjes. Ze zien hun voedsel, en de zwarte ooievaar hapt met zijn snavel vertikaal en grijpt zijn prooi met de punt van zijn snavel door zijn hoofd snel naar voren te bewegen. Broedende zwarte ooievaars zoeken soms in een straal van 10 km van hun nest naar voedsel voor hun jongen. In bijzondere situaties is de zwarte ooievaar ook wel foeragerend gezien met beide vleugels opgeheven onder de open hemel. Dit lijkt erg op het gedrag van de zwarte reiger, die met beide vleugels gespreid en naar elkaar toe schaduw veroorzaakt op het water zodat hij zijn prooi makkelijker kan vinden. Maar ondanks dat de vleugels van de zwarte ooievaar naar voren zijn gebogen zoals ze normaal gesproken zouden doen als ze vliegen, komt dit gedrag bij lange na niet overeen met dit van de zwarte reiger.

 

 

VOEDSEL

Het belangrijkste voedsel van de zwarte ooievaar bestaat uit vis. Ze vangen soms vissen van 30 cm lang en slikken die in een keer door. Maar ze eten ook insekten, kikkers, slangen, mosselen, kleine zoogdieren, hagedissen en jonge voorbij gaande vogels. In Afrika is de hij minder afhankelijk van insekten dan de witte ooievaar en de abdim ooievaar. En volgt niet perse de sprinkhanen zwermen of als de leger wormen uitkomen. In Pakistan is ook gezien dat de zwarte ooievaar slakken at.

 

 

GEDRAG

Deze soort ooievaar in veel schuwer en meer op zichzelf dan de witte ooievaar. En is een typische bosvogel.

Hij broed meestal op afgelegen gebieden, die maar zelden bezocht worden door mensen. Hij broedt in hoge oude bomen of op rotsen. Toch is het bekend is dat ze in Transcaucasus ook broeden in de buurt van menselijke nederzettingen. Hoewel ze heel soms gezien worden in groepen van meer dan 100 vogels, leeft deze soort voornamelijk alleen of in kleine groepjes van 3-4 vogels.

 

 

NESTGEBIED

De nesten worden vaak weer ieder jaar opnieuw gebruikt, en de paar binding is voor lange duur. In Europa komt het zelden voor dat een nest 10 jaar meegaat. De zwarte ooievaars keren meestal samen terug naar hun broedgebied, en het schijnt zelfs dat ze samen op trek gaan en in de winter bij elkaar blijven. Normaal gesproken nestelt de zwarte ooievaar solitair. Maar waar hij in grote getale voorkomt minstens 1 km van elkaar van elkaar verwijderd. In het centrale gedeelte van de provincie Transvaal, Zuid Afrika werden de nesten tenminste op een afstand van 6-20 km van elkaar gezien. In het Paul Kruger nationaal Park in oost Transvaal lagen de nesten soms 2.2 -4.7 km van elkaar verwijderd. Ze nestelen in Europa vaak in oude grote bomen, diep in het bos, maar wel in de buurt van een rivier of water. In AziŽ en Afrika en West Spanje worden de nesten zowel op kliffen, als in grotten en op grote rotstenen of onder overhangende randen gemaakt. De omgeving van het broedgebied en nest worden heftig verdedigd tegen indringers. In de Sowjet Unie zijn een maal in een boom twee nesten gezien. In Europa worden de nesten meestal hoog in de bomen gebouwd zoín 4-25 meter boven de grond. In Spanje (Extremadura gebied) vaker op rotsen. Sommige nesten worden zo hoog in de bomen gebouwd dat ze van verre afstand te zien zijn, terwijl andere erg verscholen zijn. De bomen die uitgekozen worden als broedboom zijn meestal erg hoog, en de nesten bevinden zich dan op 2/3 van de stam op een grote horizontale tak. In Transvaal, zuid Afrika nestelen ze soms samen met de kale Ibis, of in de buurt van kaap gieren, zwarte adelaars, of valken. Heel uitzonderlijk wordt het nest op de grond gemaakt.

 

  

NEST

Het nest is een groot bouwwerk van stokken en twijgen, en soms zelfs met behoorlijk grote takken. Oude nesten worden keer op keer gebruikt in de traditionele broed gebieden en worden hersteld en karakteristiek afgewerkt met vers gras en aarde, mos, bladeren, dieren huid, papier en lapjes. Soms worden nesten van andere diersoorten gebruikt. In zuid Afrika nestelen ze soms boven op een nest van de Hamerkop, of gebruiken ze het nest van de Zwarte adelaar. Oude ooievaars nesten kunnen een diameter hebben van 1-2 meter, maar zijn aanzienlijk kleiner in de eerste jaren. Over het algemeen zijn ze iets kleiner en minder diep als die van de witte ooievaar.

 

 

BROEDGEBIEDEN SPANJE

       Extremadura gebied Park Natural de Monfraque

       Cornalvo Gebied Area de Cornalvo como Parque Natural

       Reserva Natural de Garganta de Los Infiernos

       Sierra Grande de Hornachos

       Llamos de Caceres Y Sierra de Fuentes

       Embalse de Orellana Y Sierra Pela

 

 

NESTGEDRAG

Tenzij de beide zwarte ooievaars tegelijk aankomen, arriveert het mannetje meestal als eerste in het broed gebied.

Bedreigende en gevechts- situaties doen zich minder vaak voor als bij de witte ooievaar. De zwarte ooievaars spreiden meestal hun lange witte onderstaartveren en drukken deze en de zwarte staart naar beneden tijdens de vertikale vertoningen. Als ze aangevallen worden zijn de welige losse veren rond de nek helemaal opgezet, en dat geeft de vogel een groter uiterlijk, waarmee hij zijn belager probeert te imponeren. Een variatie aan op en neer bewegingen is te zien als de vogel zich bedreigt voelt op het nest, de snavel wordt vertikaal naar voren geschoven en hij kleppert. Het op en neer gedrag als de twee maatjes elkaar ontmoeten gebeurd op dezelfde manier als bij de witte ooievaars. Maar is minder uitbundig, en vaak zonder het zo kenmerkende snavel geklepper. De op en neer bewegingen gaan gepaard met een zacht melodieus door de neus klinkend gefluisterd, en dat gebeurd synchroon met het bewegen van de koppen en het ronddraaien van de nek.

 

  

PARING

Voordat de copulatie plaatsvind buigt het vrouwtje vaak voorover, met haar lichaam bijna horizontaal tegen de borst van het mannetje. Soms legt hij zijn snavel over haar rug voordat hij bovenop haar stapt. Nadat de copulatie heeft plaatsgevonden, maken ze vaak op en neer bewegingen en poetsen elkaars veren. Voordat ze eieren leggen brengt het paar veel tijd met elkaar door op het nest. Met hun snavels rustend tussen hun veren.

 

  

NESTBOUW

Beide sexen bouwen aan het nest. Dit omvat meestal het herstellen van het oude nest van vorige jaren, en hierop brengen ze dan nieuw zacht materiaal aan. Er gaat zoín 2 a 3 weken voorbij tussen het arriveren van het paar op het nest en het leggen van de eieren.

 

  

EIEREN

Het aantal eieren in een nest varieert van 2 tot 5 eieren, zelden 6. In polen was het gemiddelde van 82 nesten, 3,2 eieren per nest. In zuid Afrika was dit gemiddeld 2,8 eieren per nest. De eieren zijn kleiner als die van de witte ooievaar, en de schaal is wit met een groene gloed. Ze worden al snel vies tijdens het broedproces. De eieren worden met intervallen van 2 dagen gelegd, en bebroed door beide sexen, nadat het eerste of tweede ei is gelegd.

De incubatie periode is variabel van 30 tot 35-36 dagen tot 35-46 dagen. Waarschijnlijk is het laagste aantal dagen het meest voorkomend. Tenminste een ouder blijft op het nest, om op de eieren en jongen te passen totdat de jongen 2-3 weken oud zijn.

 

 

JONGEN

Beide ouders voeren de jongen door voedsel op te braken op de nestvloer. In de Sowjet Unie zag men dat de jongen vis kregen die zoín 9-25 lang waren en een paar kikkers. Jonge zwarte ooievaars zijn goede eters, ze eten halve kiloís vis per dag.  Dat is zoín 10 tot 20 forellen per dag. Forellen van zoín 15 tot 20 cm slikken ze in een keer naar binnen. Beide ouders voerden de jongen zoín 3-8 keer per dag. En de dagelijkse consumptie van elk jong bestond uit 400-500 gram per dag. Bedelende jongen maken een monotoon geluid net als bij andere ooievaars soorten en klepperen met hun snavels als ze erg opgewonden zijn. Hun bedelroep is tot op 10 meter hoorbaar.

De nesten worden eigenlijk zelden beroofd door prooidieren. Alleen marters willen nog wel eens de eieren of jongen stelen. Met ongeveer 60-71 dagen zijn ze volledig volgroeid. Nadat de jongen een week vliegles hebben gekregen, gaan ze met hun ouders op de wieken. Vanaf dat moment gaan ze ook ander voedsel eten zoals: kikkers, muizen insekten, grote sprinkhanen .Ze verschalken zelf hun prooi. Ze keren nog twee weken terug op het nest om bij gevoerd te worden en te rusten en gaan daarna mee op de trek. Het broedsucces varieert van 31% tot 92% van jaar tot jaar. Ze zijn geslachtsrijp nadat ze hun derde levensjaar hebben bereikt. In noord zuid Afrika gaat een slecht broedseizoen meestal samen met te weinig regenval (dus minder dan het gemiddelde).

 

 

HERKOMST

Vele jaren geleden was de zwarte ooievaar samen met de witte en de zwart snavel ooievaar de enige leden van de familie Ciconia. Nu echter weten we dat er ook nog andere soorten tot de zelfde familie behoren. Het is wel zo dat de witte ooievaar en de zwarte ooievaar het dichtst bij elkaar staan in vergelijking met de rest. Ondanks zijn uitgebreide leefgebied zijn er geen ondersoorten van de zwarte ooievaar bekend.

 

  

BEDREIGING

De zwarte ooievaar is een zeldzame en bedreigde soort in het grootste gedeelte van zijn leefgebied. En zijn achteruitgang gaat in een verbazingwekkend tempo in Europa en AziŽ. Zo zelfs dat hij al verbannen is uit ScandinaviŽ en bijna ook uit Frankrijk, west Duitsland en Griekenland. In Denemarken leefde in 1850 een populatie van 150 paren, maar dit aantal was al met de helft afgenomen in 1900 tot 20 paar in 1920. De laatste zwarte ooievaar nestelde daar in 1953. Hoewel ze daar nog wel ieder jaar worden gesignaleerd, broeden ze daar niet meer. De grootste bedreiging voor de zwarte ooievaar is het verdwijnen van de bossen, met name de grote broed bomen, waar ze normaal nestelden. In Rusland en andere delen van oost Europa werd het aantal broed gebieden kleiner.

Hevige jacht door mensen in zuid Europa en tropisch Afrika tijdens de trek heeft tot gevolg gehad dat hun aantal drastisch achteruit gegaan is. Ook de insekticiden die nu gebruikt worden in hun overwintering gebied in Afrika hebben ontegenzeglijk een negatief effect of de populatie. In China worden de nesten vaak leeg geroofd, voor de verkoop aan dierentuinen. De zwarte ooievaar is een wilder, meer verlegen vogel dan de witte ooievaar, maar zonder volledige bescherming van zijn broed gebied, en zijn uitgebreide verspreiding en trekroutes zal hij uiteindelijk snel in aantal teruggedrongen worden over heel zijn leefgebied.

 

 

BEDREIGING EN BESCHERMING 

De terugkeer van de zwarte ooievaar .

Enkele 10.000 jaren geleden zag het er naar uit dat de zwarte ooievaar uit Europa zou verdwijnen. De ene sombere tijding volgde op een ander slecht bericht. In Nederland broedt de vogel al eeuwen niet meer.

BelgiŽ werd in 1892 verlaten, maar onverwacht keerde het tij.

 

1892   Laatste broedgeval in BelgiŽ

1936   Dieptepunt in Polen.

1951   Nog maar 5 nesten in heel Oostenrijk.

1952   Zweden en Denemarken ontruimd.

1957   Nog maar 2 of 3 nesten in Nedersaksen.

1970   Al weer 500 nesten in Polen.

1973   Daarna steeds meer doortrekkers in BelgiŽ.

1977   Terugkeer in Frankrijk als broedvogel.

1878   21 Paren in Nedersaksen.

1982   2 paren in BelgiŽ gesignaleerd met jongen.

1985   Aantal broedparen in Oostenrijk 65

1989   Eerste nest in BelgiŽ ontdekt.

 

Door middel van de vogel- en milieubescherming werd het kappen van bossen verminderd en de zwarte ooievaar keerde terug. Komen nu weer voor in WalloniŽ (BelgiŽ) , Sint Jubert. Het eerste nest werd ontdekt in April 1989 in een oude eik zoín 15 meter boven de grond. In 1992 waren er 10 broed gevallen.

Laatste wijziging op: 07-07-2007 20:13