Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Berthus en Nelly Oktober | Telefoonkaarten japan | Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Cuttlebug embossing folders en stanzen | Double Do Alfabet | Nieuwe producten cuttelbug Verkrijgbaar!!!! | Kaarten gemaakt met de cuttlebug | Algemene informatie | E-mailformulier | Gastenboek | Weblog | Abdim ooievaar | Afrikaanse Gaper | Afrikaanse Maraboe | Afrikaanse Nimmerzat | Afrikaanse Wolhals Ooievaar | Hamerkop ooievaar | Indische Gaper | Indische Maraboe | Indische Nimmerzat | Indische Wolhals Ooievaar | Jariboe | Javaanse Maraboe | Maleise Nimmerzat | Schimmelkop Ooievaar | Schoenbek Ooievaar | Vorkstaart Ooievaar | Witte Ooievaar | Zadelbek Ooievaar | Zwartnek Ooievaar | Zwarte Ooievaar | Zwartsnavel Ooievaar | Wantlist Stork Stamps | Ooievaars postzegels | Ooievaar telefoonkaarten | Double Stork items | Ooievaar postzegellijst | Maximumkaarten | 1e Dagenvelopen | Ooievaar boeken en folders | Ooievaarverzameling | Ooievaarkaarten | Ooievaars schedels en skelletten | kerstkaarten met de cuttlebug

 

 

WITTE OOIEVAAR      

CICONIA CICONIA

  

 

  

ANDERE BENAMINGEN

Engeland                 :  European Stork
Duitsland                :  Weissstorch, Weisen Storch, Adebar
Frankrijk                :  Cicogne Blanche
Spanje                     :  Coguena Comun
Portugal                  :  Cegonha Branca
Italie                        :  Ciconia Blanca
Denemarken           :  Hvid Sork
Zweden                    :  Vit Stork
Rusland                   :  Dely Aist
Tsjechoslowakije    :  Cape Bily
Polen                       :  Bocian Bialy
Joegoslavie             :  Roda Bijela
Roemenie                :  Barzaalba
Hongarije                :  Feher golya
Griekenland            :  Pelargos
Arabie                      :  Bajbar, Badjah, Belaridji, Haji, El-haz, Laqlag, Laklaka, Najeh Mehab
Turkije                     :  Leklek, Bulaqlaq
Hindi                        :  Lag-lag, Haji Lag lag
Shona                       :  Mashowori
Afrika                       :  Wit ooievaar, grootsprinkhaanvogel
Lima                         :  Hausa
  
Lengte                  :  100-125 cm
Spanwijdte            :  160-165 cm
Gewicht                :  3000-3500 gram
Vleugellengte       :  57 cm
Vleugelslagen      :  115 slagen per minuut

 

 

TELLINGEN

In 1923 werd door leden van de Nederlandse Vereniging tot bescherming van Vogels een oproep gedaan, gegevens te verzamelen over de oorzaak van de reeds jaren opgemerkte achteruitgang van de ooievaar. Als mogelijke oorzaken voor het verdwijnen vonden zij ondermeer de in de toenmalige literatuur beschreven sprinkhaan vergiftiging en het schieten op de trek en in de winter kwartieren. Ook in ons land waren de ooievaars niet veilig, er werd zelfs in gehandeld. In 1880 werden van de pastorie in Rosmalen jongen gestolen die in Engeland vijf gulden per stuk zouden opbrengen.De prijzen liepen inmiddels op, want in 1914 meldt een krant, dat bezitters van landgoederen in Engeland grif 10 gulden boden. De handel in ooievaars bleef floreren, ondanks de beschermende maatregelen. Na het in werking treden van de Vogelwet, waarmee practisch alle in Nederland voorkomende vogels bescherming genoten, werden op een vogelbeurs in het zuiden van het land ooievaars verhandeld tegen een prijs van F 25,=.Het plunderen van nesten ging door, zoals in 1939, toen er jongen werden geroofd van nesten in síGravenland, Baarn en Nijkerk. Verder blijkt uit diverse publikaties, dat binnen onze grenzen, tot in de 2e wereld oorlog, vrij regelmatig op ooievaars werd geschoten. Bij het dorp Erp zaten tot omstreeks 1910 nog enkele boomnesten. Vrijwel alle ooievaars werden daar afgeschoten, de snavels werden afgesneden en door de boeren geshowd in de stamcafťs. In 20 jaar is de ooievaars stand gehalveerd. De dalende lijn is niet meer tot stilstand te brengen. Aan het eind van de tweede wereldoorlog zijn er slechts 117 paren over. De afdeling Natuurbescherming en landschap van het staatsbosbeheer kwam tot respectievelijk 84 en 57 paar. Van 1955-1962 was het maximum aantal paren 46 en het minimum 13. Van 1963- 1966 resp. 33-38 van 1967-1971 19-14. Van 1972 af varieert het aantal van 4-11 paar, waarbij vermeld moet worden dat sinds 1978 de feiten enigszins verdoezeld worden door vermenging van projectooievaars met wilde ooievaars. Het enige wilde paar, dat in 1982 in Nederland jongen groot bracht, resideerde in Grafhorst, gelegen aan een oude Ijsselarm bij Kampen.

 

 

DISTRIBUTIE EN POPULATIE

Tot de totale distributie van deze soort behoort Europa, het midden Oosten, west-centraal Afrika. Rondzwervende witte ooievaars komen voor in IJsland, Engeland, Ierland, Noorwegen, Finland, Malta, Azoren, Madeira, Canarische eilanden, Kaap Verdie, St. Helena en in Sri Lanka. De ciconia ciconia ciconia leeft in Europa in zuid en oost Portugal, west en centraal Spanje en oost Frankrijk, in Nederland, Denemarken oostwaarts tot aan de golf van Finland en in Pskow/Leningrad zuidwaarts tot aan de zee van Ozov, Turkije, noord Griekenland, oost JoegoslaviŽ, en komt sporadisch voor in noord ItaliŽ. Vroeger broedde hij in Zuid Zweden, Zwitserland, West Frankrijk, BelgiŽ en zuid Griekenland. In noordwest Afrika leeft hij in noordwest TunesiŽ, noord Algerije en in noord en oost Marokko. In het midden oosten leeft hij Turkije en Azerbeidzjan, USSR, zuidwaarts tot west Iran en breidt zich uit tot IsraŽl. Een klein aantal broedparen leven in het extreem zuidelijke puntje van de Kaap Provincie in Zuid Afrika (bredasdorp, Mossel Bay en Oudtshoorn). Hij schijnt als broedvogel voorgekomen te hebben Kenya in 1982. Enkele witte ooievaars overwinterd in de zuidelijke gedeelten van hun broedgebieden, maar de meeste trekken naar het tropische Afrika, of in kleinere aantallen naar zuidwest AziŽ. De Ciconia Ciconia Asiatica leeft in Turkije, USSR, Uzbekistan, SSR, Tadzjik SSR, Kirgies SSR en in zuid Kazach SSR van Amu Daríya tot Issyk Kul en Lake Balkhash en verder in het westen Sinkiang, China. Hun zomergebied bevind zich ongeveer tussen 39-43 graden noorderbreedte. Hij trekt door Afghanistan en overwintert voornamelijk in het noordelijke gedeelte van de Indiase schiereilanden te samen met andere vogels van het midden oosten. Meer dan 360 witte ooievaars werden in Januari in zuid India geteld. Twee witte ooievaars werden ten westen gezien van Bangkok, Thailand in 1964.

 

 

AANTALLEN

Het tellen van de broedende ooievaars in Europa is intensief en duurt vaak lang. De Internationale Stork Censuses is uitgevoerd in 1934, 1958, 1974 en 1984.De trend is over het algemeen dat er een achteruitgang is te zien in noordwest Europa, waar de laatste broedende ooievaar in BelgiŽ in 1895 te vinden was. In Zwitserland in 1949 en in Zweden hebben ze in 1954 voor het laats gebroed. De populatie gaat minder snel achteruit in het oosten van Europa, en in sommige gedeelten groeit hun aantal zelfs vooral in het noorden en oosten van de Baltische staten en Rusland. In Nederland ging hun aantal achteruit van 500 broedparen in 1910 tot 209 in 1929, 85 in 1950, en 5 in 1985.In Alsace, Frankrijk is de populatie achteruit gegaan van 177 paren in 1947 en 145 in 1960, tot minder dan 20 paar in 1986.In west Duitsland liep het aantal broedparen terug van ongeveer 2500 in 1958 tot slechts ongeveer 500 in 1987.En in Denemarken waren in 1890 nog ongeveer 4000 broedparen te vinden, tot nog maar 1000 in 1930, 222 in 1952, 111 in 1964, 54 in 1971 19 in 1984 tot slechts 12 in 1989.Hun aantal is echter toegenomen in sommige gebieden van oost Europa. In Estonia werd het eerste nest gevonden in 1841, er waren toen ongeveer 320 paren in 1939 en in 1974 waren er 1060 paren te vinden. Het zelfde geld in Pskov Rusland, waar hun aantal opklom van 400 paar in 1958 tot 1218 paar in 1974.De totale populatie is in de jaren 80 samen gevat. Het huidige aantal was toen in Spanje 6753, Portugal 2004, Frankrijk 19, Nederland 2, Denemarken 14, West Duitsland 649, Oost Duitsland 2722, Oostenrijk 318, Tsjechoslowakije 1670, Polen30.500,Bulgarije 5422, RoemeniŽ 3700, Hongarije 4693, JoegoslaviŽ 4500, Griekenland 1500, Rusland 37.086, Turkije 9000, Iran 2394, en Noord west Afrika 15.830.Het totaal aantal van deze onderzochte gebieden kan ongeveer geschat worden op 128.000 broedparen. Sommige gebieden in Rusland en het midden Oosten zijn niet meegerekend omdat hiervan geen datums bekend zijn. Ongeveer 19.000 van deze paren behoren tot de west Europese populatie ( vogels die door Gibraltar migreren tot West Afrika. Tussen 1974 en 1984 liep het aantal van deze populatie terug met 20%, en waarschijnlijk meer in het noorden dan in het zuiden. De oosterse populatie, welke over de Bosporus trekt, liep met 12% terug meer in het zuiden dan in het noorden. Aan de rand van het broedgebied, zijn ongeveer 6 paar in Zuid Afrika. En een geschat aantal van 600 paar in de Ciconia Asiatica populatie. Het aantal van de overwinterende ooievaars is nauwelijks bekend. Schattingen van tenminste 450.000 individuele overwinterende ooievaars in de oostelijke populatie en tussen de 90.000 en 100.000 in het westen. Een totaal van 310.000 witte ooievaars werden er geteld tijdens de lente trek in IsraŽl in 1984. Tussen de 20.000 en 24.000 witte ooievaars overwinteren in Kirov Bays gebied ten zuidwesten van de Caspische zee, ongeveer 140 km ten zuiden van Baku. Afgaande op de laatste berichten is de witte ooievaars populatie in vergelijking met 40 jaar geleden met meer dan de helft gedaald en daalt nog steeds. 

 

 

UITERLIJK

Hij is staand 100-125 cm groot, voornamelijk wit met zwarte vliegveren in de vleugels, een rechte rode snavel en lange rode poten. Het volwassen veren kleed is geheel wit tot bijna wit, behalve de primaire en secondaire, grotere en primaire en secondaire dekveren, en schouders die zwart zijn met een groen tot paarse gloed. Er is soms een klein variabele hoeveelheid van wit en zilver grijs aan de buitenzijde van de secondaire vliegveren of bij de onderste vliegveren. De veren van de ondernek en borst zijn verlengd, en zij vormen een soort kraag die omhoog kan gaan staan. De zwarte kleur in de vleugels houdt verband met zijn leven als lange afstand vlieger. Voor dat vliegen zijn sterke vleugels nodig. Het zijn de zwarte kleurstoffen die mee stevigheid geven aan de slagpennen. De rui bij ooievaars gaat het hele jaar door. De snavel en de poten zijn rood tot oranje rood, de poten zijn ook wel eens wit gekleurd door uitwerpselen. De iris is bruin, en de kale huid rond de ogen is zwart. Soms echter kan een witte ooievaar ook een grijze of blauwe oogkleur hebben. De naakte keel huid is zwart, en gaat dan langzaam over in rood en vormt de grens naar de bevederde nek. De sexen zijn identiek, maar het mannetje heeft normaal gesproken een langere en iets massievere snavel, welke soms naar boven gebogen is aan de bovenkaak. En hij is waarneembaar groter dan het vrouwtje.

 

Als paar formatie zijn de beide sexen meestal van elkaar te onderscheiden door het verschil in gedrag. De ondersoort Asiatica, is waarneembaar langer dan de Ciconia en zijn snavel is roder, naar boven gebogen, zwaarder en langer.

 

 

BROEDVEREN KLEED

Er zijn geen zeer opvallende verschillen tussen het gewone en het broed veren kleed, behalve dan dat de witte gedeeltes sprankelend wit zijn en het gebied van de kale huid wordt opmerkelijk roder en uitgebreider. Het witte veren kleed wordt al weer snel vuil tijdens het broedseizoen.

 

  

VEREN KLEED JONGEN

Het eerste dons van de nestjongen is kort, en spaarzaam dof wit, na een week is het dicht wollig en wit. Ze wegen ongeveer 70-77 gram. Na drie weken komen de zwarte veren op de schouders en vlieg veren te voorschijn.

De net uitgebroede jongen hebben een zwarte snavel met een bruin puntje, de poten zijn roze die later grijs zwart worden.

 

 

JEUGD VEREN KLEED

Het jeugd veren kleed is gelijk aan die van de ouders, maar de zwart dekveren vertonen nog wel bruine puntjes, en de primaire en secondaire vliegveren zijn minder glimmend. De snavel is in eerste instantie korter als die van de ouders en veranderd geleidelijk van zwart naar bruin of vaal rood met een zwarte punt. De poten zijn doffer, bruin rood.

 

  

POTEN

De poten van het pas uit het ei gekropen jong zijn typisch rose gekleurd. Die kleur verandert vrij snel in een zwarte tint, die blijkbaar een overgang vormt via bruin naar lichtrood met geelwitte vlekken. Als de jonge ooievaars geringd worden zijn hun poten nog vrijwel geheel zwart. Volwassen dieren hebben opvallend helder rode poten. Deze kleur blijft ook zo, ook in de winter.

 

  

BADEN

Net als bijna iedere andere vogel baadt een ooievaar. Minstens een half uur verbleef de ooievaar in een slootje en spetterde met water om zich heen Andere auteurs zagen ooievaars zelfs duiken als een eend, waarbij het water over de rug spatte. Het drogen was een belevenis op zichzelf. De ooievaar stapte uit het water met gespreide vleugels, soms hiermee slaand. Daarna deed hij een paar stappen en liet de vleugels wijd uit en naar beneden afhangen, om ze te drogen in de zon. Deze procedure herhaalde hij een paar keer, en daarna vloog hij weg.

 

  

GELUID

Het enige echte geluid bij volwassenen is een fluisterend geluid die met name op het nest worden gegeven tijdens de op en neer bewegingen of andere vertoningen. Het luid en aanhoudelijke klepperen van de snavel lijkt op een repeterende machine geweer. Het tongbot zet de keel zak uit, wat werkt als een weerklank van het geluid tijdens het geklepper. De nestjongen laten een bedelroep horen die doet denken aan het miauwen van een kat, ze klepperen ook zachtjes met hun snavels maar zonder erg veel geluid.

 

  

LEEFTIJD

Zoals bij de meeste vogelsoorten is de sterfte in het eerste levensjaar hoog. De verliezen zijn het grootst in de eerste weken na het uitvliegen en kunnen oplopen tot driekwart van het aantal uitgevlogen jongen. Wanneer zij eenmaal door de eerste levensfasen heen zijn, schijnen de overlevingskansen groter te worden.

 

Bij in het wild levende ooievaars is het heel moeilijk na te gaan hoe oud zij kunnen worden. Dankzij het ringonderzoek weten we wel in vele gevallen welke ouderdom zij kunnen bereiken. Terugmeldingen van geringde dood gevonden vogels, betreffen in de meeste gevallen dieren die een niet natuurlijke dood gestorven zijn. Een dier dat zijn einde voelt naderen kruipt in de meeste gevallen weg en wordt niet gevonden. De gemiddelde maximale leeftijd van ooievaars ligt tussen de 15 en 20 jaar. De oudste ooievaar in Nederland is 13 jaar geworden. In gevangenschap gehouden dieren bereiken vaak een leeftijd die veel hoger ligt, dan die van hun soortgenoten in de vrije natuur. De oudste in gevangenschap gehouden ooievaar is 31 jaar geworden. Een in vrijheid vliegende en broedende mannelijke ooievaar uit het ooievaarsdorp in Altrue (Zwitserland), werd op de leeftijd van 29 jaar nog vader van 5 jongen.

 

 

WITTE OOIEVAARS EN ANDERE VOGELSOORTEN

In hun broedgebied kan het zijn dat de witte ooievaar verward wordt met de witte reigers, maar deze hebben geen zwart in de vleugels. In hun overwintering gebied kunnen ze verward worden met de Afrikaanse Nimmerzat, maar deze heeft een naar beneden gebogen gele snavel, en een naakt rood gezicht, en een zwarte staart. Als ze zweven in de lucht op hoogte, zou hij verward kunnen worden met de grote witte pelikaan, of met een Egyptische gier, welke hetzelfde veren patroon heeft, maar de uitgestrekte lange poten van de witte ooievaars geven het verschil aan.

 

 

GEZELLIGHEID

De witte ooievaars zijn vaak in grote groepen bijeen tijdens de trek en in de winter kwartieren. Ze verzamelen zich soms in grote groepen, van honderd tot wel duizend  daar waar er voedsel in overvloed is, of bij zwermen sprinkhanen of bij branden.

 

  

RUST

De witte ooievaars rusten op een poot, met hun snavel tussen de loshangende nekveren verstopt. Beide houdingen zijn waarschijnlijk bedoeld om zo min mogelijk warmte te verliezen, en zo min mogelijk te laten beÔnvloeden door de omringende temperatuur.  Er wordt meestal op het nest gerust en geslapen. Voor het slapen gaan vindt er een reiniging ceremonie plaats. De veren worden danig gepoetst, schoon gemaakt en gevet.

 

 

ZWEMMEN

Ze kunnen eventueel zwemmen, maar zullen dat zelden doen, als ze te water raken zullen ze altijd als eerste proberen het water lopend te verlaten. Toch sneuvelen hierdoor wel eens witte ooievaars die na een lange trektocht uitgeput verkeerd landen en in het water terechtkomen, zelden komen deze vogels nog aan de waterkant.

  

 

ECOLOGIE

De witte ooievaar geeft de voorkeur aan open landschap. In hun broedgebieden, is hij meestal te vinden bij natte gedeelten, vochtige weide, laagwater meertjes en moeras, hij is dol of velden die net omgeploegd zijn of gemaaid.

De foerageer gebieden zijn meestal in of in de buurt van de nestplaats. Zijn wintergebied is vaak op meer droger gebied en open grasland, soms verzamelen ze zich bij een meer of kleine poelen.

  

 

VLIEGWIJZE

Ooievaars vliegen met gestrekte hals, dit in tegenstelling tot reigers die vliegen met een gekromde hals, en achterwaarts gestrekte poten. Ooievaars vliegen tussen de 5.000 en 6.000 meter hoogte. De hoogte heeft te

maken met energieverbruik. Naarmate zij zich verder van de aarde verwijderen wordt het kouder, zodat er minder vocht uit hun vetvoorraad verdampt. Bovendien ondervinden zij in de hogere lagen minder weerstand van de lucht. Ooievaars in Nederland vliegen op zoín 600-700 voet. Ze vliegen met een gemiddelde snelheid van zoín 50 km per uur naar hun bestemming. Hij is in staat op de trek driekwart van de omtrek van de aarde af te leggen. Met langzame vleugelslagen, de hals uitgestrekt, een beetje naar links of rechts omgebogen om de richting aan te geven, komt de grote vogel op gewenste hoogte, om dan met breed uitgespreide vleugels weg te zeilen. Het landingsgestel, de poten, gestrekt onder het ruim een meter lange lichaam, een twee meter breed zeil, de vleugels wijd uitgespannen, zo schroeft de vogel schijnbaar moeiteloos omhoog, om dan in de wijde ruimte te verdwijnen. Even plotseling kan de vogel terugkeren, meestal geluidloos. In een schuine lijn komt hij aanzweven, de poten strak uitgestrekt, de sterk remmende vleugels nog wijduit, zodat het snerpen van de wind soms te horen is.

 

 

VLIEGHOOGTE

Trekkende ooievaars zijn gesignaleerd op een hoogte van 4300 meter in de Hymalaya, en op een hoogte van 3000 meter in Zuid Sudan. En op een hoogte van 1600 meter in de buurt van de dode zee, waar een grote groep ooievaars aangezien werd voor vijandelijke vliegtuigen, een witte ooievaar werd geschoten. Een klein vliegtuigje die over de Serengeti vlakte vloog in Tanzania volgde de witte ooievaars op een hoogte van 3600 meter boven de grond. De vogels klepperen soms tijdens het vliegen, met name als ze hun broed gebieden naderen.

 

 

TERMIEK 

Vogels die hun weg vooral zwevend afleggen, zoals ooievaars, buizerds en roofvogels hebben specifieke trekbanen.

Zij maken gebruik van het principe dat warme lucht opstijgt. De stijgende warme lucht wordt termiek genoemd.

Bij bepaalde weersomstandigheden vormen zich termiek bellen waarin de vogels zich al cirkelend tot grote hoogte omhoog laten voeren, om zich vervolgens in de trekrichting af te glijden. Zo kunnen ze tientallen kilometers afleggen zonder een keer met hun vleugels te slaan. Termiek ontstaat alleen boven land. De vogels die er gebruik van maken, moeten dus de open zee mijden. Dat leidt tot omwegen over land en grote concentraties op punten waar de oversteek het kortste is.  Die plekken werken als een trechter. Spectaculair zijn de vogelconcentraties bij Gibraltar en de Bosporus bij Istanbul. De buizerds, roofvogels en niet te vergeten de ooievaars vormen hier een grote stroom vogels. Aan de Bosporus komen op goede dagen duizenden ooievaars langs. Ze verplaatsen zich tijdens de warmere momenten van de dag en ze kunnen dan 100-200 km afleggen. Tijdens de termiek glijden ze in verspreidde formaties niet in een rij of in een V Formatie zoals bij andere vogels.

 

 

WAAROM TREKKEN OOIEVAARS

Trekvogels hebben van ouds een symbolische rol vervuld. Overal in dorpen en steden van Europa werd in het voorjaar de terugkeer van de ooievaars gevierd. Hoewel hun komen en gaan altijd de belangstelling van mensen heeft getrokken, wist men heel lang niet wat er nu eigenlijk met de vogels gebeurde in de tussenliggende periode.

Dat leidde tot vreemde veronderstellingen. Zo dacht men van ooievaars dat ze een winterslaap hielden. Serieuze kennis over de vogeltrek dateert van de laatste twee eeuwen. Tegenwoordig weet iedereen dat ooievaars de winter in Afrika doorbrengen. Blijkbaar vinden ze daar genoeg te eten, waardoor ze toch weer de onzekere reis naar het noorden wagen. Dit doen ze vanwege hun jongen. In hun winterkwartier hebben ze teveel concurrentie van inheemse broedvogels, vaak standvogels, die de beste plekken al bezetten. De wintergasten komen terecht op de minder rijke plekken en worden vaak gedwongen een zwervend bestaan te leiden, iets wat ze zich in het broedseizoen niet kunnen veroorloven. In het broedseizoen is het niet meer voldoende als er voor de oudervogels genoeg eten is, maar moet er ook genoeg voedsel zijn voor de jongen. Voedsel van goede kwaliteit, waar ze van kunnen groeien. Het moet in grote hoeveelheden beschikbaar zijn, zodat de ouders niet al hun tijd kwijt zijn aan lange voedselvluchten. Aan die voorwaarden kan het winterkwartier niet voldoen. Tevens is het vinden van een nest belangrijk, omdat die plaats zo goed mogelijk beschermd moet zijn tegen vijanden.  Trekgedrag en oriŽntatie is bij de ooievaars aangeboren. Ooievaars hebben een jaarritme. 

 

 

VOORBEREIDING VOOR DE REIS 

Dankzij de vetreserves die ze hebben opgebouwd zijn ooievaars fysiek in staat een enorme afstand in een keer te overbruggen. Voor het vertrek en tijdens de reis eten de vogels veel meer dan normaal. Het extra voedsel wordt in het lichaam opgeslagen als vet, dat als brandstof dient.  Aan het begin van de trektijd zijn de ooievaars daardoor aanzienlijk zwaarder dan in de rest van het jaar. Deze gewichtstoename gaat gepaard met een versterking van de spieren; het extra gewicht moet tenslotte ook worden meegedragen!

 

 

TREKGEDRAG

In augustus verzamelen in Nederland de witte ooievaars zich om zich op te maken voor de lange reis naar Afrika.

Met het vorderen van de maand worden de jonge ooievaars, die voor de ouden vertrekken steeds onrustiger.

Eindelijk is het zo ver, er is genoeg termiek. Hoger en hoger schroeven ze tot je ze bijna niet meer kan zien. Het is dan al vrij laat in morgen. Hun afhankelijkheid van de warme luchtstromingen maakt dat zij geen grote afstanden kunnen afleggen. De dalen worden sneller opgewarmd dan de grote vlakten. De thermiek is dus in het dal het sterkst.  Bovendien is er zowel in de droge als in de natte periodes op de aangrenzende gebieden nog voldoende voedsel te vinden. Op het eind van de middag landen zij op plaatsen, waarvan zij verwachten dat er voedsel te vinden is.  Tegen de avond zoeken ze een stek om te overnachten. De volgende ochtend rond tien uur vertrekken ze weer.

 

 

TREK

De periode van de belangrijkste trektocht vind plaats in Augustus, omdat de jongen eerder vertrekken dan de ouders. Het grootste gedeelte van de ooievaars van oost Europa trekt over de Bosporus, door tot aan het oost einde van de mediterranen en bereiken Afrika over het zuidelijke deel van de Suez kanaal. Terwijl de meeste van de extreem westelijk levende ooievaars en die van zuidwest Europa juist de straat van Gibraltar oversteken. De herfsttrek bij de Bosporus bereikt zijn top tussen half Augustus en het begin van September. Hun aantal kan ongeveer worden geschat op ongeveer 370.000 volwassenen en jonge ooievaars. Groepen van meer dan 11.000 ooievaars met een totaal aantal van 207.000 ooievaars werden waargenomen tussen 23 Juli en 6 oktober 1966.

80% van de trek vond plaats tussen 09.00 en 13.00 uur. Meer dan 315.000 ooievaars werden er geteld in de herfst van 1972 boven de Bosporus. In Bulgarije bij Burgas Bay werden er tussen 10 Augustus en 30 Oktober 1981 226.956 witte ooievaars geteld. Tussen de jaren 1979-1983 was de grootste trek met name te zien tussen 21-31 Augustus, met groepen van 577 ooievaars, maar ook een met 21.000 ooievaars. Bij de westelijke route werden bij de straat van Gibraltar 27.414 ooievaars geteld tussen 20 Juli en 4 September in 1985. De vogels die de oostelijke route nemen overwinteren voornamelijk in het oostelijke deel van Afrika, vele zelfs tot aan zuid Kaap provincie in Zuid Afrika. In extreme gevallen leggen Europese witte ooievaars een gebied van 22.000 km af naar hun overwintering gebied in Zuid Afrika. Er is uitgerekend dat een 25 jarige Duitse ooievaar een afstand van meer dan 500.000 km af heeft gelegd in zijn leven. Ooievaars die de westelijke route gebruiken overwinteren meestal in het noordwest tropen 12-17 graden noorderbreedte van west Afrika. De terugtocht in het voorjaar gaat vaak sneller, de meeste witte ooievaars keren alweer in maart/april terug in hun broedgebieden. In sommige jaren keren de witte ooievaars echter laat in het seizoen terug in hun broedgebieden en dit is vaak ook merkbaar aan het verminderende broedsucces. De oorzaak hiervan is niet geheel bekend, maar heeft waarschijnlijk nauwe relaties met condities in de of met de trek. De overwinterende witte ooievaars trekken in grote groepen rond in een antwoord op de overvloed van voedsel, zoals bijvoorbeeld sprinkhaan zwermen.

 

  

TWEE TREKROUTES

Als zweefvlieger steekt de ooievaar alleen in uitzonderlijk gunstige gevallen grote watervlakten over. Van onze ooievaars weten we inmiddels dat zij in zuidoostelijke of in zuidwestelijke richting wegtrekken. De eerste leidt naar de Bosporus, de andere naar Gibraltar. Een deel van de dieren die gebroed hebben of geboren zijn ten oosten van de IJssel volgt als regel de zuidoostelijke route, de rest neemt de zuidwestelijke. Er vindt dus een soort trekscheiding plaats.

 

 

DE OOSTELIJKE ROUTE

Via Duitsland en de Balkan gaan zij op weg. Gedurende de lange tocht sluiten vogels uit Denemarken, Noord en Oost Duitsland, de vroegere Baltische staten, Hongarije en natuurlijk die van de Balkan zich bij hen aan. Nog meer naar het zuiden ontmoeten zij steeds meer soortgenoten. Allen komen tenslotte samen bij de nauwe zee-engte in de Bosporus. Hier steken zij over. In de eerste helft van September trekken zoín vijfhonderdduizend ooievaars door het Midden Oosten. Vrijwel tegelijkertijd met hen verschijnen honderdduizenden andere zweefvliegers, de zogenaamde roofvogels. In de krant is tegen die tijd hun samenkomen te volgen, want er wordt bijna ieder jaar melding gemaakt van luchtslagen tussen ooievaars en adelaars. Het zijn echter geen echte luchtslagen, maar eerder schermutselingen tussen de verschillende vogels die in elkaars luchtcorridor komen.

 

 

DE WESTELIJKE ROUTE

De ooievaars die de westelijke trekroute volgen, worden ook belaagd. Jagers in dichtbevolkte landen als Frankrijk, maar ook in Spanje schieten hen zonder aanleiding dood, pleisterplaatsen blijken in cultuur te zijn gebracht, hier in nog erger mate dan hoogspanningskabels. Uiteindelijk bereiken ze de Straat van Gibraltar en steken over. De aantallen zijn hier veel kleiner: het zijn hoofdzakelijk Spaanse ooievaars en de overige van West en midden Europa.

In Afrika aangekomen, staan zij voor de keus, of doorvliegen langs de westkust, om in landen als Senegal aan te komen, of door te steken bij het Atlas gebergte en de Sahara over te gaan. De uiteindelijke overwintering gebieden zijn gelegen in de savannen en steppe gordel tussen de Sahara en de tropische wouden. Met het bereiken van Afrika is de ellende nog niet afgelopen. Vroeger schoot de inheemse bevolking met pijl en boog, tegenwoordig is ze uitgerust met moderne vuurwapens uitgerust. Voor deze mensen vormt de komst van de ooievaars een welkome aanvulling van de proteÔnebron, die zij in dat deel van het jaar zo zeer ontberen. Anderzijds zijn er lieden die er zelfs niet voor terug deinzen, om vanuit hun jeeps, met mitrailleurs ooievaars neer te maaien zoals  in MauritaniŽ is geconstateerd. In Nigeria zijn in de regentijd de regenooievaars aanwezig die verwelkomd worden door de bevolking. De witte ooievaar arriveert daar in dezelfde periode, zij het in veel kleinere getale, en geniet mee van de bescherming.

 

 

TREK JONGEN

Er is enig bewijs dat de jonge witte ooievaars meer zuidwaarts trekken dan de ouders, en jeugdige witte ooievaars blijven waar in het winter gebied tijdens de noordelijke zomer. Een jeugdige geringde ooievaar uit zuid Afrika werd 4 maanden later gevonden bij de grens van Tanzania, Zambia ongeveer 3100 km tot het noorden.

 

 

OVERWINTEREN

Sommige ooievaars overwinteren in Nederland. Dit kunnen ze doen doordat ze worden bij gevoerd, zoals in bijvoorbeeld dierentuinen en ooievaars stations. Hier blijven ook de gewonde, zieke en gehandicapte (bijv. met 1 poot) en oude ooievaars achter. Steeds vaker overwinteren Poolse ooievaars in de Wijk.

 

 

GEVAREN

Reeds voordat de ooievaars Afrika bereiken zijn er al slachtoffers gevallen. Ook reizen bij vogels is vol gevaren.

Electrocutie door hoogspanningsleidingen waar zij op rusten of tegen aan vliegen, komt geregeld voor. Onderweg worden zij in sommige landen beschoten. Vooral Libanon is, zeker op de voorjaarstrek, hiervoor berucht.

De Libanezen schieten op de vogels, om de snavels dan als trofee te verkopen. Zij eten de dieren niet, omdat de ooievaar, overeenkomstig de voorschriften van het oude testament, tot onrein dier wordt beschouwd. In het zicht van het Afrikaanse continent sterven weer veel dieren. Ook het weinig energie vergende zweefvliegen put de vogels op den duur uit. Uitgeput soms, arriveren zij op het schiereiland Raís Muhammad in het zuidelijke Sinai. Het schiereiland steekt ver uit in de Rode Zee en verdeelt deze in de Golf van Suez en de Golf van Akaba. De Jaarlijkse tragedie aldaar blijft niet onopgemerkt. Door water en voedsel te verstrekken weet men een deel van de dieren te redden. De ooievaars die het gehaald hebben, vliegen door naar de vruchtbare gebieden van de Nijl, die daar slechts enkele honderden kilometers vandaan ligt. Bijna zijn ze dan aangekomen op het einde van hun reis. Hun overwintering gebieden liggen tussen de Zuidelijke Soedan en Kaap de Goede Hoop.

 

 

ACHTERUITGANG

Het verlies van leefgebied is waarschijnlijk de grootste oorzaak van de achteruitgang van de populatie. Hoewel analyses van de lange termijn populatie uitwijst en broed trends in Noordwest Europa dat de grootste oorzaak is de sterfte in Afrika. Veranderingen in de foerageer gebieden in Afrika, als gevolg van insekticiden tegen de sprinkhaan zwermen. Tijdens de trek worden de meeste verliezen geleden door electrocutie. En ook hagelstormen vormen in Afrika een oorzaak van de dood. De hitte en ongunstige wind eisen ook hun tol voor deze trekvogels. Met name tijdens de trek is er bewijs gevonden dat de witte ooievaar soms aangevallen wordt door prooi vogels, en vele worden ook afgeschoten door mensen. Van 484 geringde witte ooievaars uit Zuid Afrika vond 59% de dood in het eerste levensjaar, 47 % in het tweede levensjaar, 36% in het derde levensjaar en 20% in het 4e tot 10e levensjaar. Andere analyses geven weer verliezen in het eerste levensjaar aan tussen de 55% en 74%.

 

 

FOERAGEERMETHODE

Ze vinden hun voedsel met name op zicht. Een witte ooievaar loopt langzaam of snel naar voren, met uitgemeten stappen, terwijl hij zijn kop naar voren houdt en de snavel naar beneden gericht. Soms echter vindt de witte ooievaar zijn waterprooien doordat ze het aanraken, op een dezelfde manier als de schimmelkop ooievaar zijn prooi vindt. Ze foerageren alleen, of in kleine groepen, maar ook wel in grote groepen als er voedsel in overvloed is, bij een sprinkhaan zwerm werden eens 2000 witte ooievaars gerapporteerd in Uganda, 5386 in Zuid Afrika  Hij foerageert normaal gesproken overdag, maar is ook wel sínachts gesignaleerd, bij schemering in de broedperiode.

De foerageer methode schijnt onder de jeugdige witte ooievaars minder efficiŽnt te zijn als door de ouders zo is uitgezocht in Polen. Het beeld van de foeragerende ooievaar is heel duidelijk te omschrijven. Met de lange rode poten, stelten, waadt de ooievaar, poot voor poot, door het middellange gras of in een ondiepe plas. De rode snavel is omlaag gericht, zodat het scherpe oog het kleine insekten goedkan oppikken, als er tenminste voor dat ogenblik geen grotere happen beschikbaar zijn. Zo loopt hij daar, de vleugels, elk zoín 60 cm lang, opgevouwen als zwarte dekkleden op de rug. De witte ooievaar heeft een snavel van 15 tot 20 cm lang, die als hij iets ziet plotseling naar voren schiet. Ooievaars hebben een zogenaamde krop in hun hals. Daarin kunnen ze voedsel bewaren, dat ze later weer kunnen uitbraken, om het aan hun jongen te geven.  Pas wanneer de krop vol zit met prooidieren vliegt hij terug naar het nest. Als ze geen jongen hebben om te voeren, slikt hij het voedsel vanuit de krop verder naar zijn maag. Ooievaars worden in de broedtijd wel tot bijna 10 km afstand van het nest waargenomen en bestrijken dan een gebied van zoín 30.000 hectare. In de regel is de grootte van het gebruikte gebied kleiner en maximaal 5.000 hectare, waarbij vooral de direkte omgeving van het nest frequent wordt bezocht. Ooievaar lopen vaak met hun prooi naar het water om ze onder te dompelen. Niet zozeer om ze af te spoelen, maar wel om de prooi te laten verdrinken. Een volwassen ooievaar eet zoín 500-700 gram per dag. Jonge ooievaars eten regenwormen, meikevers, sprinkhanen, krekels en diverse insecten. In gevangenschap krijgen de ooievaars eendagskuikens.

En ooievaars drinken water.

 

 

VOEDSEL 

Het  voedsel van de witte ooievaars bestaat uit kleine zoogdieren, maar kan sterk variŽren door de verschillende voedsel condities. Ze eten ook insekten en hun larven ( met name kevers, sprinkhanen) reptielen ( zoals hagedissen en slangen) kleine zoogdieren ( met name muizen, veldmuizen, mollen, spitsmuizen, en jonge ratten), en aardwormen

met name in het vroege voorjaar en tijdens de overstromingen. Minder vaak eten ze ook jongen en eieren van andere nesten zoals van vogels, kikkers, kwallen, kikkervisjes, vissen, mosselen en weekdieren. Onverteerbaar voedsel wordt later weer uitgebraakt in de vorm van een braakbal, zoals bijvoorbeeld botjes, ze hebben een afmeting van ongeveer 50-34 cm en wegen ongeveer 16 gram. Sprinkhanen schijnen in de wintergebieden in Afrika tot het hoofd voedsel te behoren. Twee ooievaars die onderzocht zijn op maag inhoud hadden respectievelijk 1000 en 1600 sprinkhanen voor hun rekening genomen. Een jaar oude witte ooievaar had in Kenia zoveel sprinkhanen gegeten dat hij niet meer op kon vliegen en werd gedood door een wilde kat.

 

  

BRAAKBALLEN

Een mogelijkheid om uit te zoeken wat de ooievaars eten is ze van een hoog gelegen toren ze te observeren.

Bijvoorbeeld om te zien wat de ouders meebrengen voor hun jongen. Als de jongen klein zijn, is het moeilijk vast te stellen, welke dieren worden aangevoerd. De ouders braken het gevonden voedsel in een vormeloze brei in het nest uit. Als de jongen iets groter zijn , dan worden grotere prooidieren gebracht die wel te determineren zijn.

 

 

BEGROETIGSCEREMONIE

De ooievaars op het nest begroeten de nieuwkomers met een luid geklepper en op en neer bewegingen. Als een nieuw vrouwtje arriveert en al snel geaccepteerd wordt dan is het mogelijk dat hij haar herkend uit voorgaande jaren. Onbekende gasten worden verjaagd door op en neer bewegingen waarbij de vleugels naar beide zijden wijd uitgespreid zijn, in een poging om agressiviteit uit te stralen. De op en neer bewegingen kunnen als dreiging gebruikt worden of als advertentie Als een onbekend vrouwtje het mannetje nadert op het nest, reageert hij vaak met een naar voren snavel bijten schud zijn hoofd, gericht naar het vrouwtje. Bij deze vertoning laat het mannetje zich op het nest vallen, alsof hij aan het broeden is, zijn keel veren staan helemaal omhoog en schud zijn kop van de ene naar de andere kant. Als het vrouwtje het mannetje eventueel accepteert reageert ze met onrustige op en neer bewegingen.

Een bij het nest terugkerende ooievaar moet zich melden. Dit doet hij door middel van klepperen. Hij werpt daarbij de kop achterover, kleppert met zijn snavel en komt weer overeind om deze procedure te herhalen. De staart wordt hierbij opgericht en gespreid en de vleugels buigen iets van het lichaam af.  Kleppert de ooievaar niet bij aankomst, dan wordt deze niet herkend en dient hij het nest te verlaten. Na diverse bewegingen, klepperen soms sissen en scharrelen van beide vogels volgt niet, zoals men zou denken, de paring. Het klepperen is een ceremonieel dat ook later in het seizoen nog plaats vindt.

 

 

PAARVORMING

De paartjes zijn monogaam, er zijn maar zelden andere vrouwtjes in de buurt van het nest. De partners gaan niet met elkaar op trek, maar komen vaak in succesvolle jaren weer bij elkaar. Waarschijnlijk omdat ze trouw zijn aan het nest. Ze zijn geslachtsrijp na 3-5 jaar, en een mannetje was zelfs nog vader op zijn 25e levensjaar.

  

 

PAARBAND

Nadat ze een paar hebben gevormd, gaan ze die band verstevigen door elkaars veren te poetsen, met name de veren van de kop en nek.

 

 

PARING

Als ze het nest weer opgeknapt hebben, beginnen de vogels aan hun paringsdans. Met gespreide vleugels draaien ze in het rond. Dan gooien ze met een grote spectaculaire zwaai hun kop achterover. Het mannetje knabbelt aan de snavel van het vrouwtje en aan haar halsveren Dan klimt hij op haar rug. Als een echte acrobaat klapwiekt hij met zijn vleugels om zijn evenwicht te bewaren. De paringen, er zijn er meer dan een, worden op het nest uitgevoerd, vaak al op de dag van aankomst. Een paar dagen later begint de maand April en wordt het eerst ei gelegd.

Het ooievaar vrouwtje begint direct te broeden en het mannetje lost haar regelmatig af. Met tussenpozen van 1 a 2 dagen worden nog meer eieren gelegd. Zo kan het eerste ei dus soms al een week oud zijn als de laatste wordt gelegd.

 

 

 BROEDGEBIEDEN VAN DE WITTE OOIEVAAR

Al is het verspreidingsgebied van de witte ooievaar behoorlijk groot, de plaatsen waar gebroed wordt is veel  geringer. Afwezigheid van geschikte vestigingsmogelijkheden zou een van de oorzaken kunnen zijn.

Als broedvogel komt hij voor in:

 

       Noordwest Afrika (Marokko, Algerije, TunesiŽ)

       Een deel van Spanje

       De Elzas in Frankrijk

       West en oost Duitsland

       Nederland

       Polen

       Tsjechoslowakije

       Rusland

       Oostenrijk

       Hongarije

       Een deel van de Balkan en Klein AziŽ.

 

 

BROEDEN

Meestal nestelt de witte ooievaar in laag landschap, maar in Marokko nestelt hij ook op een hoogte van 2000 meter. In Europa nestelt hij met name in de buurt van mensen, op daken, torens, schoorstenen, telefoonpalen, muren, en speciale nestpalen. In ArmeniŽ 1988 was 53% van de nesten gebouwd op palen en 29% op traditionele gebouwen, 18% op moderne gebouwen. Hij nestelt soms ook in bomen, bijvoorbeeld boven op een cactus boom in o.a. Spanje of op een klif rand, en zelden op de grond.

 

 

HET NEST

De nesten worden alleen gebouwd of in kleine groepjes, verspreidde kolonies, zoals bijvoorbeeld in Spanje waar er 9 nesten gevonden zijn op een dak. Kolonies kunnen meer dan 30 paren bevatten. Sommige nesten worden al honderden jaren gebruikt, een bestaand nest uit 1549 werd in 1930 nog steeds gebruikt. Het massieve nest wordt gemaakt van stokken en takken, en afgewerkt met twijgjes, gras, papier en vodden, het wordt in succesvolle jaren keer op keer gebruikt en tijdens het broedseizoen blijven ze aan het nest bouwen. De nest platvormen zijn ongeveer 0.75-1.7 meter ( uitzonderlijk 2.25 m) in diameter 0.5-2.0 meter( uitzonderlijk 2.8m)hoog, en ze worden steeds groter naarmate ze langer gebruikt worden. Een nest die naar beneden gehaald werd van een kathedraal woog 800 kilo. Europese nesten worden vaak honderden jaren achtereen gebruikt. Het ringen heeft uitgewezen dat ongeveer 80% van de eerste jaars broeders hun nest gebied hebben binnen een straal van 50 km van waar ze zelf geboren zijn. Ze nestelen soms samen met andere vogels zoals de koereiger. Het nest kan grote vormen aannemen, omdat het ieder jaar weer groter wordt.  Het eerste jaar is de doorsnede al ongeveer 80 cm en de dikte minstens 30 cm. Na enkele jaren kan het nest een middellijn krijgen van 1,5 mtr. Vaak groeien ze nog meer. Voor de basis gebruiken de partners, die allebei aan het nest bouwen, dikke takken waarop dunner sprokkelhout wordt aangebracht.

Hierover heen komen graszoden en stukken mest. Voor de afwerking worden grassen, mossen, bladeren, plantenwortels, varens en andere fijne materialen gebruikt.  Het nest is nooit af. Ook in de broedtijd wordt voortdurend met nestmateriaal naar het nest gevlogen.  Voor algehele nieuwbouw hebben de ooievaars ongeveer 8 dagen nodig. In veel gevallen zijn de ooievaars niet de enige bewoners van hun nest, maar delen dit met ringmussen, kwikstaarten en spreeuwen. Ooievaars kunnen strodaken soms volledig ruÔneren, nestmateriaal, uitwerpselen en ontbindende prooidieren komen onder het nest te liggen. Niet iedereen is dus blij met deze geluksbrenger.

 

 

NESTPALEN

Om de ooievaar een handje te helpen is men op een gegeven moment begonnen met het bouwen van nestpalen.

Op de nestpaal, veelal bestaande uit een duurzame houtsoort als Douglas of lariks, werd en wordt meestal een karrewiel gemonteerd. Hierop komt dan het nest. De Vereniging tot Bescherming van Vogels beschikt over een expert in het nest bouwen, die op verzoek nesten restaureert of nieuwe nesten bouwt. Er is onder particulieren nog steeds belangstelling voor de bouw van ooievaarsnesten. De genoemde vereniging heeft daarom een speciale brochure over nestbouw samengesteld. Het getuigd van belangstelling voor de ooievaar, dat er elk jaar nog nesten worden gebouwd. Behalve paalnesten zijn er op sommige raadhuizen of kerken juweeltjes van bouwkunst te bewonderen. Totaal staan er nu minstens 170 geregistreerde nesten op ooievaars te wachten.

 

 

EIEREN

Het aantal eieren bestaat uit 3-5 eieren, meestal vier en in extreme gevallen 107. De eieren zijn kalk wit, en worden met intervallen van 1-4 dagen gelegd, meestal 2 dagen na elkaar. Uit een onderzoek in Nederland is gebleken dat in 80 nesten 5% 2 eieren had, 25% 3 eieren, 48% 4 eieren, 16% 5 eieren,6% 6 eieren, het gemiddelde was 3.93 eieren per nest. Bij een dezelfde nestonderzoek in zuidwest Polen vond met bij 837 nesten 1% 2 eieren, 48% 3 eieren, 44% 4 eieren, 8% 5 eieren, daar was het gemiddelde aantal eieren per nest 3.58 eieren per nest.

 

 

INCUBATIE

De incubatie periode is meestal 31-34 dagen. In Spanje duurde het bij 97 eieren 24-33 dagen om uit te komen, maar het gemiddelde in ongeveer 30,4 dagen. Beide sexen bebroeden de eieren, hoewel het vrouwtje meestal sínachts broed. Het broeden start als het eerste of tweede ei gelegd is.

 

 

UITKOMEN EI

Na ongeveer 32 dagen komt het eerste ei uit. Eerst zie je alleen een klein gaatje in het ei, dat langzaam groter wordt.

Aan de stompe kant van het ei wordt een soort dekseltje los gemaakt. Het ooievaartje maakt het ei van binnen uit open met behulp van een scherpe eitand op de bovenkant van zijn snavel. De eitand valt een paar dagen later af.

Het vogeltje in het ei beweegt en friemelt telkens heen en weer. Eerst krijgen we een pootje te zien, en daarna de hele snavel en een vleugeltje. Maar dan moet hij eerst weer even uitrusten. Bij de volgende poging moet hij zijn kopje uit het ei zien te krijgen. Moe en uitgeput valt het vogeltje neer op de bodem van het nest. Zijn kop lijkt veel te groot voor zijn dunne nek, en zijn snavel is nog niet lang en rood zoals bij zijn ouders. De veertjes op zijn kop zijn helemaal nat en je kunt je nauwelijks voorstellen dat dit kleine beestje later een grote ooievaar moet worden. Hij begint nu ook zijn sterke poten te bewegen en schuift zijn lichaam telkens een stukje verder uit het ei naar buiten.

De lege dop van het ei ligt in twee stukken in het nest met het ooievaartje ernaast. Zijn bolle lichaampje heeft een beetje de vorm van een ei. Als een ooievaartje net uit zijn ei is gekropen weegt hij ongeveer 65 tot 80 gram.

Dat is bijna tweemaal zoveel als een kleine kippeŽi. Zijn eerste donsveren zitten nog helemaal vastgeplakt en zijn ogen zijn nog dicht, maar het zal niet lang meer duren voor hij die opendoet. Pasgeboren ooievaartjes moeten zich direct laten horen bij de ouders anders worden ze niet erkend en als vreemd voorwerp beschouwd. En lopen dan de kans door de ouders uit het nest te worden gegooid. Ze melden zich bij hun ouders door direct te gaan bedelen en met hun snaveltjes op de poten van de ouders te pikken.

 

 

BROEDZORG

Een pasgeboren ooievaar weegt zoín 75 gram. Zijn kop lijkt veel te zwaar voor het kleine lichaampje met de natte donsveren. Zijn ouders houden hem warm door voorzichtig over hem heen te gaan zitten. Na een dag kan hij zijn kop al een tijdje overeind houden. De ouders braken het voedsel uit in de nestkom, gulzig slikt het jong het in.

Met een tussentijd van steeds 2 dagen komen ook de volgende eieren uit. Voor het laatst geboren jong is het gelukkig als er voldoende voedsel te vinden is. Anders zouden zijn broers en zussen alles opeten en zou hij doodgaan van de honger. Met miauwende en sissende geluiden bedelen de jongen om voedsel. De kleinen worden in de eerste paar weken hoofdzakelijk gevoed met insecten en regenwormen, daarna volgen de grotere prooien. De voedsel behoefte wordt steeds groter. Een dagelijks portie van 500 gram per jonge ooievaar is dan heel normaal.

Voor een nest met 4 jongen moet er dan per dag 2 kilo voedsel aangesleept worden. Het voedsel wordt er door de oudervogel uitgebraakt in de nestkom. Bij heel warm weer hebben de kleinen water nodig. Een van de ouders gaat dan naar een sloot of een poel en neemt daar een hoeveelheid water op. Met dat water keert hij naar het nest terug. De jongen houden hun snavel wijd open gesperd en het de ouder spuit, bekjes maat (mikken is echter een probleem), om beurten water in de dorstige kelen. Daar felle zon niet goed is voor de jongen, beschermd de op het nest aanwezige ouder de jongen, door met gespreide vleugels boven ze te gaan staan. Onder barre omstandigheden zoals regen en koude moeten de ouder vogels meer voedsel aanbrengen voor de jongen. En dat kan wel oplopen tot 1 kilo voedsel per jong per dag.

 

 

JONGEN VOEREN EN GROEI

Jongen klepperen al naar de ouders vanaf de allereerste dag dat ze uitgekomen zijn. Beide ouders brengen voedsel aan wat uitgebraakt wordt op de nestvloer. De Jongen worden ongeveer een keer per uur gevoed, als ze 5/6 dagen oud zijn en ongeveer een keer in de 2 uur als ze 15/16 dagen oud zijn. Tijdens hete dagen brengen de ouders water mee naar het nest. Ouders voeden en zoeken vaak eten op heldere avonden. De jongen worden gedurende de eerst 2-3 weken constant bewaakt door een ouder. De periode voordat ze kunnen vliegen is meestal 54-70 dagen. De jongen worden onafhankelijk en verlaten het nest dan binnen 7-20 dagen. De totale tijd tussen het uitkomen van het ei en het uitvliegen van de jongen duurt ongeveer 91-92 dagen.

 

 

EINDE VAN DE NESTFASE

Rond de 43ste dag beginnen de eerste vliegoefeningen. De exacte dag is per jong variabel, evenals het moment van uitvliegen. Na 8 tot 10 weken is ieder jong wel van het nest. Meestal verlaten de jongen het nest met tussenpozen van enkele dagen. Zelfstandig zijn ze in die fase nog niet. Ze worden nog enkele weken door hun ouders gevoerd. Daarvoor komen ze Ďs avonds nog op het nest terug. Voor de ouders is er dan geen plaats meer op het nest, zij overnachten in de omgeving.

 

 

ALKINESIE

Alkinesie, ook Akinese, is een verschijnsel in het dieren leven, waarbij dieren een zichzelf beschermende houding kunnen aannemen.  Het Griekse ďAĒ betekend ďzonderĒ, ďkinesisĒ is beweging. Bij naderend gevaar worden sommige vogels, reflectorisch, bewegingloos, ze ďhouden zich doodĒ. In de insectenwereld komt dit veelvuldig voor, bij lieveheersbeestjes, spinnen en slakken zien we dit verstarringsverschijnsel ook. De alkinesie treedt ook op bij jonge ooievaars op het nest. Wanneer bijvoorbeeld de ringer bij het nest komt, de jongen moeten nog geen vliegbewegingen maken, dan ďhouden ze zich doodĒ en laten zich zonder tegenspartelen de ring omdoen. Op plaatsen waar ooievaars zich verzamelen worden regelmatig dode of gewonde ooievaars gevonden. De meeste vogels hebben de neiging, zwakke of afwijkende soortgenoten te verstoten, wat dan aanleiding geeft tot gevechten, met de reeds vermelde gevolgen. Maar in grote groepen zal het vaker voorkomen, dat ongecontroleerde bewegingen worden gemaakt, die als agressiviteit worden opgevat. Er kan dan een gevecht ontstaan, waarbij de zwakste op een gegeven moment in een situatie geraakt, dat het lichaam weigert verdere bewegingen uit te voeren.

Dit ontbreken van het vermogen tot bewegen wordt alkinesie genoemd. Deze toestand wordt dan voor de zwaksten fataal.

 

 

NESTSUCCES

Het nest succes is hoger in jaren wanneer de ooievaars eerder van hun winter kwartieren in het nestgebied terugkeren. In nesten met meerdere jongen, heeft de kleinste alleen kans van overleven als er voedsel in overvloed is. Als alle jongen in het nest sterven is dat meestal het gevolg van een plaag met teveel kikkers in hun dieet. Ook worden parasieten als doodsoorzaak genoemd en infecties. Als de omgevingscondities optimaal zijn kunnen er wel 6 jongen per nest groot gebracht worden. In Europa worden over het algemeen ongeveer 3.4 jongen groot, ten minste 2.

 

 

RINGEN

Doordat witte ooievaars al tientallen jaren geringd zijn in Europa, heeft dat ons veel informatie verschaft over de trek, hoelang ze leven en hun levensgeschiedenis. Hoewel, recente rapporten in 1989 uitwijzen dat de ringen dood tot gevolg kunnen hebben, doordat de ringen de poten verwonden. Of doordat de inboorlingen de ooievaars afschieten uit nieuwsgierigheid wat ze voor glimmends aan hun poten meedragen.

 

 

EURING

De behoefte naar het bundelen van alle gegevens van alle ringcentrales werd steeds groter. In 1963 kwam de European Union for Bird Ringing tot stand. De bedoeling is alle voorhanden zijnde gegevens te bundelen.

Daarvoor is een uniform codesysteem vastgesteld, de Europese computercode, waarin alle terugmeldingen verwerkt zijn en die bewaard worden in de Euring Data Bank en haar domicilie in Arnhem heeft. Dit prachtige resultaat is vrij snel tot stand gekomen, dankzij een subsidie van de EEG.

 

 

RINGONDERZOEK

Aan de poot van een jonge ooievaar wordt een aluminium ring bevestigd, waarop een nummer en een adres gegraveerd staat, in ons geval Vogeltrek station Arnhem. Wanneer de jongen ongeveer 4 weken oud zijn en dus nog geen vliegbewegingen maken, klimt een ringer bij het nest. Soms zit dit op zoín ongunstige plaats, dat een ladder niet toereikend is en de hulp van een ladderwagen van de brandweer moet worden ingeroepen. Na het bevestigen van de ring om de poot, noteert de ringer de datum, nummer en plaats en bijkomende gegevens, bijvoorbeeld het aantal jongen en stuurt deze naar het vogeltrek station. De ooievaars zijn als het ware opgenomen in een burgerlijke stand.

 

 

REGISTEREN VAN GEDRAGSGEGEVENS DOOR MIDDEL VAN HET RINGONDERZOEK

Ringonderzoek instituut in Arnhem nu Heteren (1913).

Duitsland in Radolfzell, Schloss Moggingen  =  onderzoek/deel van het Max - Planck instituut voor ringonderzoek.

 

1910 - Bern in Zwitserland Ringcentrale.

       Sinds 1924 is Sempach bij Basel het centrale punt.

 

1911 - GŲteborg in Zweden Ringcentrale.

 

1913 - Helsinki in Finland.

 

 

RISICOíS VAN HET RINGONDERZOEK

Ooievaars werden in Afrika regelmatig gedood vanwege hun aluminium ringen. Inboorlingen maakte hier sieraden van.  Tegenwoordig zijn de aluminium ringen plastic ringen vervangen.

 

 

STERFTE

Belangrijkste doodsoorzaken:

 

       Jacht in Frankrijk

       Bestrijdingsmiddelen in de Afrikaanse landbouw. Ooievaars eten vergiftigde insecten.

       Hoogspanningsleidingen.

       Opgejaagd nadat ze zich vol gedronken hebben bij een poel in Afrika.

       Gebroken ledematen.

       Noodweer in Zuid-Afrika, zodat ze tegen berghellingen te pletter worden geslagen, of worden verwond door  

         de reusachtige hagelstenen.

       Ooievaars dalen tijdens de trek naar Afrika vaak neer in het Hula Reservaat in IsraŽl. Dit is het drukst

          bevlogen vluchtruim van de hele wereld. Hierdoor gebeuren er veel ongelukken met vliegtuigen en vogels.

       Uitputting.

 

  

IN DE SOEDANESE KOOKPOT

Al eeuwen lang worden in Afrika ooievaars gedood en benut als voedsel. Herders in Soedan vangen de vogels met blote handen; een elementaire strijd tussen mens en dier. Dat gebeurt op het heetst van de dag, als de hitte temperaturen van tegen de vijftig graden bereikt. De ooievaars komen dan drinken en zoeken verkoeling in plassen bij oases en irrigatieprojecten. De jagers verschuilen zich aan de rand van de plas. Vol gedronken zijn de ooievaars zwaarder en komen moeilijk op de wieken. Dat weten de jagers en zij wachten tot de ooievaars hun dorst hebben gelest. Plotseling komen zij in actie en rennen van twee of drie kanten op de rustende vogels toe. De paniek slaat op dat moment toe bij onder de ooievaars.  Geklapper van de vleugels als ze los komen van de grond, maar altijd zijn er wel enkele die te laat in de gaten hebben wat er gaande is of teveel tijd nodig hebben om weg te komen.

 

 

STERFTE

Er is een aanzienlijke sterfte ( met name eieren, maar ook nestjongen en zelfs ouders) tijdens de vijandelijke gevechten tussen nestbezitters en vreemde ooievaars die aanvallen en proberen het nest te veroveren. In oost Prussia 1931 vonden er 2660 gevechten plaats op 8835 nest, met 77 dode ouders. De gevechten zijn het heftigste tussen de ooievaars van hetzelfde geslacht.

 

 

HERKOMST

De Zwartsnavel ooievaar uit het verre oosten is vaak beschouwd als een ondersoort van de witte ooievaar. Maar uitgebreide studies hebben uitgewezen dat het hier toch echt om een aparte soort gaat uitgaande van het verschil in gedrag.

 

 

BEHOUD

De biologie van de witte ooievaar is een van de best beschreven van alle vogels. Waarschijnlijk omdat deze vogel dicht bij de mensen leeft, door zijn grote en door zijn populariteit en aantal in Europa. Ondanks dat er zoveel studies zijn gedaan naar deze ooievaar, hebben we niet kunnen voorkomen dat deze ooievaars soort in aantal wordt bedreigt in bijna heel zijn leefgebied. Hij was bijna uitgeroeid in Zweden, Denemarken, Nederland, Frankrijk, Zwitserland, BelgiŽ, en als de achteruitgang zich zo voortzet zouden ze ook uitgeroeid zijn in Duitsland tegen het eind van eeuw. Het is het meest aannemelijk dat de achteruitgang in Europa het meest te maken heeft met het verlies van leefgebied, door de opkomst van de industrie en de intensieve landbouw. Hoewel waarom zou er dan zoín verschil in aantal zijn tussen de populaties aan de grenzen van oost en west Europa? Het valt af te wachten wat het effect is van de politieke veranderingen ten aanzien van de ooievaar populaties. Ooievaars zullen ontegenzeglijk te lijden hebben onder de economische groei in Europa. Wat de oorzaken van de achteruitgang ook mogen zijn, het is duidelijk dat de mens de veroorzaker is. Hoewel de veranderingen in het klimaat ook een rol spelen.

Laatste wijziging op: 04-10-2009 23:16