Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Berthus en Nelly Oktober | Telefoonkaarten japan | Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Cuttlebug embossing folders en stanzen | Double Do Alfabet | Nieuwe producten cuttelbug Verkrijgbaar!!!! | Kaarten gemaakt met de cuttlebug | Algemene informatie | E-mailformulier | Gastenboek | Weblog | Abdim ooievaar | Afrikaanse Gaper | Afrikaanse Maraboe | Afrikaanse Nimmerzat | Afrikaanse Wolhals Ooievaar | Hamerkop ooievaar | Indische Gaper | Indische Maraboe | Indische Nimmerzat | Indische Wolhals Ooievaar | Jariboe | Javaanse Maraboe | Maleise Nimmerzat | Schimmelkop Ooievaar | Schoenbek Ooievaar | Vorkstaart Ooievaar | Witte Ooievaar | Zadelbek Ooievaar | Zwartnek Ooievaar | Zwarte Ooievaar | Zwartsnavel Ooievaar | Wantlist Stork Stamps | Ooievaars postzegels | Ooievaar telefoonkaarten | Double Stork items | Ooievaar postzegellijst | Maximumkaarten | 1e Dagenvelopen | Ooievaar boeken en folders | Ooievaarverzameling | Ooievaarkaarten | Ooievaars schedels en skelletten | kerstkaarten met de cuttlebug

 

 

INDISCHE NIMMERZAT           

PAINTED STORK

 

 

ANDERE BENAMINGEN

Engels              :  Rosy Wood Ibis, Indian Wood Stork, Pelican Ibis
Duits                :  Indischen Nimmersatt, Buntstorch
Frans               :  Tantale Indien
Hindi                :  Jnaghil, Dhok
Mirshikars      :  Kankari
Bengali            :  Katsarunga, Ram-jhankar, Sona-jangha
Kutch               :  Chitroda
Sind                  :  Lamjang, Lungduk
Telugu              :  Yerri kali-konga, Yeru kald-konga
Tamil                :  Chenga narai, Singa narch
Sri Lanka         :  Sanga-valai-narai, Changa-vella, nary
Sinhalese          :  Dac-tuduwa
Burmese           :  Hnet-kya
Chinees             :  Tu-Tsar-kuan
  
Lengte                   :  93-100 cm
Vleugelslagen       :  190 per minuut

 

  

UITERLIJK

De Indische Nimmerzat is een middelgrote ooievaar, heeft een opvallend veren kleed en is staand 93-100 cm groot.

De kop is gedeeltelijk naakt en oranje, de snavel is geel en licht gebogen aan de punt. Het gezicht en kroon van een volwassen is zonder veren en de huid is oranje/geel tot rood/oranje van kleur. De achternek, nek, rug en borst zijn wit, met zwart/witte horizontale band langs de borst. De primaire, secondaire dekveren (die wit zijn) zijn zwart met een groene gloed. De meeste binnenste secondaire veren en hun dekveren dicht bij de staart zijn roze. De poten en tenen zijn ook roze tot dof rood, maar ze lijken vaak wit doordat ze besmeurd zijn met uitwerpselen, met name tijdens het broedseizoen. De ogen zijn donkerbruin. De sexen zijn identiek, hoewel het mannetje ietsje groter is.

 

 

BROEDVEREN KLEED

Tijdens het broedseizoen lijken de veren schoner en netter. Met de zwarte en witte dekveren en borstband die een hevig contrast geven met de andere veren. De secondaire en de dekveren worden helderder roze en de witte aangrenzende banden.De snavel wordt dieper geel en het gezicht wordt rood/oranje met een zeegroene schaduw en de keel is roze van kleur. Door het intrekken van de huid, breidt de kale huid zich tijdens sommige vertoningen uit, maar niet zo drastisch als bij de Afrikaanse Nimmerzat. De poten worden helder rood/paars en de iris wordt valer grijs/bruin.

 

 

NEST/JONGEN

Nadat ze zijn uitgekomen zijn de nestjongen bedekt met een vale grijze dons. Iets grotere jongen zijn bedekt met een witte dons, die geaccentueerd wordt door hun naakte nog zwarte gezicht. De zwarte snavel heeft een vaal geel punt, meer bovenop dat op de onderkaak.

 

 

ONVOLWASSEN VEREN KLEED

Onvolwassen Indische Nimmerzatten hebben een grijzer veren kleed, met de kop en nek vaal bruin en de rug is donker met lichte zeem kleurige secondaire dekveren. Ze hebben nog niet de witte band langs de top en de roze secondaire veren als de volwassenen. De veren op de kop van het jong laten al snel los na een jaar en compleet na twee jaar.

 

 

GELUID

De ouders zijn over het algemeen stil als ze niet in de buurt van het nest zijn. Tijdens de balts worden er door de typische Bos Ooievaar fluister roepen ten gehore gebracht, maar die is bij deze soort wat zachter. Ook het geluid van fladderende veren en verschillende vormen van snavel klepperen zijn bekend tijdens vertoningen, gevechten en paringen. De nestjongen brengen een harde bedelroep voort, dit geluid is niet veel anders dan de andere andere bos ooievaars. Onvolwassen Indische Nimmerzatten kunnen met 1 jaar nog steeds een luid geluid laten horen, maar worden gedeeltelijk stemloos als ze volwassen zijn met 18 maanden.

 

 

VLIEGWIJZE

In de lucht vliegt de Indische Nimmerzat met zijn nek uitgestrekt en iets naar beneden gebogen. Het aantal vleugelslagen bereikt 190 per minuut. De Indische nimmerzat zweeft graag lange afstanden met andere zwevende soorten op de termiek.

 

 

INDISCHE NIMMERZAT EN ANDERE SOORTEN

In het grootste gedeelte van zijn gebied kan hij alleen verward worden met reigers en de Aziatische witte gaper.

De reigers zijn kleiner en geheel wit, en de witte gaper is ook kleiner en duidelijk te herkennen aan zijn grijze gapende snavel.  In gedeeltes van zuidoost AziŽ (Kampuchea en Vietnam) komt hij soms samen voor met de kleine Javaanse nimmerzat. De volwassenen onderscheiden zich duidelijk door het meer ingewikkelder zwarte/witte patroon op de vleugels en rond de borst van de Indische Nimmerzat. Ook de onvolwassen vogels verschillen van elkaar. De gehele onder vleugels van de Indische Nimmerzat zijn zwart, terwijl de onvolwassen Javaanse Nimmerzat een vale ondervleugel belijning heeft met contrasterende zwarte vliegveren.

 

 

DISTRIBUTIE EN POPULATIE

Het is een laag land soort die volledig afhankelijk is van water. Zijn gebied is verspreid over het hele Indiaanse subcontinent van Pakistan tot Sri Lanka en oostwaarts tot aan zuid en oost China, Thailand, Kampuchea en Vietnam. Hoewel hij wijdverspreid voorkomt in India is hij ergens anders meer gelocaliseerd. Een kleine nestel kolonie verblijft in de Indus Delta van Pakistan en een paar vogels verschijnen herhaaldelijk tot aan Mainwali en Punjab. Meerdere kolonie gebieden zijn bekend van Gujaraat, Saurashtra en op andere plaatsen. Kolonies zijn gelokaliseerd binnen de Colombo Zoo en in Sri Lanka en de Dehli Zoo in India. Er zijn geen recente bewijzen dat hij nog broedt in Bangladesh. Indische Nimmerzatten zijn gezien in Burma in 1982/83. In Thailand nestelen ze in Ban Yang en de enig bekende recente broedplaats bij de Thale Non een niet-jachtgebied in het zuiden van Thailand, waar alleen nog 1 paar voorkwam in het voorjaar van 1988. 4 Kleine kolonies zijn bekend in Vietnam en de natte graslanden aan de kust. Niet broedende Indische Nimmerzatten zwerven soms ten zuiden van de Malay Peninsula tot aan Kuala Lumpur De Indische Nimmerzat is lokaal overvloedig in India en Sri Lanka, maar ergens anders is hun aantal drastisch gedaald. Een van de grootste bekende kolonies- de Keoladeo Ghana nabij Braratpur Rajasthan India- houdt in een goed jaar 1000den paren in. Een kolonie in Baungar, Gujarat India telde 170 nesten in 1983.

Een telling in het midden van de winter in 1989 kwam tot bijna 5000 Indische Nimmerzatten in India en 850 in Sri Lanka. De Pakistaanse populatie is klein en de soort is erg zeldzaam in Bangladesh, Burma, Thailand en Vietnam.

Het is niet aannemelijk dat de Indische Nimmerzat daar nog broed. In Zuid Vietnam waar hij gewoon was voor de oorlog, broedt nu alleen nog maar in  4 kleine kolonies van elk 5-10 paren (1984). In China kwam hij voormalig voor in de zomer in het noordoosten van Etchecopar en Hue, maar hij is daar vrijwel zeker uitgeroeid.
 

 

TREK

De Indische nimmerzat trekt niet, maar verplaatst zich zwervend nadat ze genesteld hebben in natte gebieden.

En verspreiden zich in kleine groepjes naar de gebieden waar voldoende voedsel is.

 

 

ECOLOGIE

Ze leven in zoetwater moerassen, meertjes, overgelopen velden en soms bij rivierbanken en zeldzaam aan de kust en in zoutpannen. Buiten het broedseizoen foerageren ze op relatieve droge akkervelden.

 

  

FOERAGEERGEDRAG

Hij foerageert op de tast, zoekend in laag water met zijn snavel half open grijpt hij en maakt gebruik van het voet roeren en schaduwen van zijn vleugels op de prooi te verstoren. De Indische Nimmerzatten lopen langzaam en happen als ze bewegen als de prooi overvloedig foerageren ze in grote groepen. Tijdens het woelen met de tenen wordt de vleugel vaak snel geopend aan dezelfde kant om te zorgen dat de vis van achteren gedwongen wordt naar de opengesperde snavel te zwemmen.

 

 

AANVALSGEDRAG

Heel af en toe dreigen ze met naar voren vertoningen naar andere vogels. De snavel wordt naar voren gehouden met het lijf bijna horizontaal en de nek gestrekt. De veren van de nek, rug en borst staan overeind, de onderstaart veren zakken en de staart staat rechtop. Als de tegenstander niet afdruipt, wordt hij met de snavel happend aangevallen.

  

 

VOEDSEL

Hun voedsel bestaat met name uit vis, maar ook reptielen, kikkers, insekten en schaaldieren. De lengte van de vissen die volwassenen eten zijn meestal 5-25 cm groot. Meestal karpers en katvis tijdens het broedseizoen, dit is tevens de periode dat de vissen jongen krijgen en er is dan voldoende aanbod. Uit maag onderzoek is gebleken dat naast vis, ook gedeeltes van planten, groenten, kleine stenen, waterinsekten en kikkers bevat. Het is bewezen dat een volwassen Indische Nimmerzat 660 kcal of 600 gram vis per dat eet om op gewicht te blijven. Een familie Indische Nimmerzatten consumeert tijdens het broedseizoen zoín 240 kilo vis. In Dehli broeden ze in de laatste fase van het regenseizoen wanneer grote scholen vissen geschikbaar zijn. Na het eten staan de Nimmerzatten op de kant in een gebukte houding. Staande vogels rusten op een been en krabt de knie van die poot vaak met de andere. Als ze op de grond rusten, ver weg van hun nesten, zitten ze op hun hielen met hun knieŽn horizontaal naar voren geklapt.

 

 

BROEDGEDRAG

De Indische Nimmerzat is een koloniale broeder en nestelt in gemengde kolonies met ooievaars, ibissen, lepelaars, aalscholvers en reigers. In de grotere kolonies in India zoals in Bharatpur, nestelen meerdere duizenden paren bij elkaar. De koloniale gebieden zijn traditioneel en worden als ze daar ongestoord kunnen broeden voor meerdere jaren gebruikt. Het broeden begint normaal gesproken tijdens het laatste gedeelte van het regenseizoen, maar de timing hangt af van het waterniveau en voedselaanbod. Oude nesten worden weer hersteld als ze beschikbaar zijn of er worden nieuwe platvormen gebouwd in bomen of kleine bosjes vaak overhangend over water. Sommige kolonies bestaan enkel uit nesten van de Indische Nimmerzat in een alleen staande boom in India, soms in het midden van een dorp.

 

 

NEST

Bij 15 nesten in Dehli, duurde het bouwen van het nest 4-8 dagen. takken van 30/60 cm lang werden gebruikt voor de constructie met groen licht materiaal voor de afwerking. De mannetjes verzamelen de meeste takken en gaan er 's-morgens en 's-middags 5/6 keer op uit om ze te zoeken. Het nest zelf is een armzalig platvorm van ongeveer 55/80 cm in diameter afgewerkt met een klein aantal bladeren, stro en wied. Verse vegetatie van gebladerte wordt tijdens het broeden steeds opnieuw aangevoerd, waarschijnlijk voor de isolatie.

 

 

VRIJGEZELLEN

Groepen van alleenstaande mannetjes zitten vaak tijdelijk in het nestgebied, maar als ze geen passend vrouwtje kunnen vinden. Verplaatsen ze zich naar een andere boom met een aantal alleenstaande vrouwtjes. Zulke vrijgezellen partijen kunnen wel een dozijn of meer mannetjes en een gelijk aantal vrouwtjes bevatten en ze vormen een opvallende vertoning van Bos ooievaars aan het begin van het broedseizoen.

 

 

BALTS

De Indische Nimmerzatten vertonen zoals andere bos ooievaars verschillende rituele gedragingen op of in de buurt van het nest. Met de bedoeling om een partner te vinden, zoekt het mannetje een geschikt broedgebied uit, terwijl ze proberen een vrouwtje het hof te maken. De gedragingen zijn vaak zeer intens en meer frequent tijdens het begin van het broedseizoen. Tijdens de balts strijkt de Indische Nimmerzat zijn vleugel veren op een ritmische manier naar beneden. Het vrouwtje beantwoord en land in de buurt en neemt een neerbuigende houding aan met de vleugels wijd gespreid en open bek. Ze houdt deze houding wel een halve minuut of langer aan, voordat ze haar vleugels sluit, maar nog steeds met een geopende bek. Tijdens de snavel hap die beide Indische Nimmerzatten dus mannetje en vrouwtje uitvoeren in de paar formatie, wordt de snavel horizontaal gehouden en een simpele snelle hoorbare hap wordt gegeven. Als het vrouwtje het nest eenmaal geaccepteerd heeft, vliegt het mannetje rondjes om het nest en land dan weer naast het vrouwtje. Op en neer vertoningen worden meestal gezien na de vlucht, zoals ze dat doen als een van de partner weer terug komt op het nest. De nimmerzatten zwaaien hun koppen en nek bijna verticaal met open bek en laten dan hun kop weer zakken en zwaaien hem van de ene naar de andere kant. Na de paar formatie keren de Indische Nimmerzatten weer terug naar het nest en maken op en neer bewegingen naar elkaar.

Tijdens het vroege partner schap zwaaien de nimmerzatten vaak met twijgjes in hun snavels, wat zeer kenmerkend gedrag is. Op het nest buigen de nimmerzatten voorover en betasten of grijpen naar de twijgjes met intervallen van 1-2 seconden. Soms zwenkt de nek en beweegt het lichaam van links naar rechts en grijpen de twijgjes na elke beweging. Ze klepperen allebei met hun snavels na elke beweging. Het gladstrijken van de vleugels wordt vaak uitgedragen door verschillende nimmerzatten op het zelfde moment, zelfs zonder dat ze in elkaars zicht zijn.

Deze actie vertegenwoordigd het echte glad strijken, behalve dan dat de snavel niet gesloten is op de vleugelveren, dat normaal gesproken wel gebruikelijk is.

 

 

TERRITORIUM

De mannetjes verdedigen hun territorium met klepperen in de lucht, naar voren klepperen en snavelhappen.

Deze rituelen zijn gewoon voor alle bos ooievaars, als het benaderingsgedrag meestal als een mogelijke indringer onder het nest zit. Dit wordt snel overgenomen door de nestparen in de buurt en breidt zich  uit over de gehele kolonie.

 

 

PARING

De paring gebeurd op het nest. Het vrouwtje houdt haar vleugels open en het mannetje plant zijn poten bovenop haar schouders. Het mannetje kleppert luid met zijn snavel en schudt zijn kop krachtig, en stompt de snavel van het vrouwtje naar achteren en voren met die van hem zelf.

 

 

EIEREN

De eieren zijn dof wit en soms licht bruin gestreept. Broedsels gestaan uit 2-5 eieren, maar gewoonlijk 3-4.

De eieren worden vaak met tussenpozen van 2-3 soms 4 dagen gelegd. En de incubatie tijd gaat in met het eerste ei en wordt gedeeld door beide ouders. De broedtijd is tussen de 28 en 32 dagen.

 

 

JONGEN

De ouders braken het voedsel uit op de nestvloer en als ze sterk genoeg zijn pikken de jongen het zelf op.Kleine nestjongen worden geschaduwd door de ouders voor de hete zon, met een gedeeltelijk geopende vleugel. De jongen worden de eerste 3 weken zelden alleen gelaten. Het stelen van jongen door de huiskraaien, visadelaars en kieken dieven zorgen voor grote verliezen. De jongen oefenen hun vleugels na 25/30 dagen, maar kunnen pas na 60/70 dagen vliegen. Ze zijn gewoonlijk 85 dagen volledig afhankelijk, maar keren tot 115 dagen na het uitkomen terug op het nest. Ze foerageren op grote schaal voor zichzelf maar solliciteren nog steeds naar voedsel bij hun ouders. Het succes van de jongen hangt af van het voedselaanbod, wat op zichzelf weer afhangt van de scholen vissen en het waterniveau. Over 6 seizoenen in Dehli Desai kwam 68% van de eieren uit, 64% van de jongen werd grootgebracht. Dat geeft een groot succes weer van 44% of 1 jong per nest. Het volwassen worden gaat langzaam, ze verwisselen hun veren kleed na 2 jaar. Na ongeveer 16 maanden raken de jongen hun vocale mogelijkheden kwijt en hun volwassen veren kleed verkrijgen ze na 3 jaar. 3 Geringde Indische Nimmerzatten gingen pas in hun 4e levensjaar broeden.

 

 

HERKOMST

Vroeger waren ze ingedeeld bij de familie van de Ibissen, maar nu worden ze gecombineerd met andere bos ooievaars bij de mycteria familie.

 

 

BEDREIGING/BESCHERMING

De Indische Nimmerzat is de meest verspreide en minst bedreigde ooievaars soort van AziŽ. Maar zijn toekomst hangt volledig af van het menselijk gedrag en behoud van de natte leefgebieden. In India en Sri Lanka leeft de bevolking in harmonie met de wilde dieren. Dit gaat vaak samen met religieuze gewoontes. En in de meeste gebieden wordt hij in gevangenschap nog extra ondersteund. De dorpelingen zijn daar daadwerkelijk trots op hun nimmerzatten. Ergens anders in hun leefgebied zoals in Bangladesh, Birma en Thailand lijdt deze ooievaar verliezen door drainage van moerasgebied en de kap van broed bomen en door de actieve jacht. Jongen en eieren wordt uit het nest gestolen voor voedsel en verkoop. Een goede prijs wordt gegeven aan jagers, vaak professionele, voor jonge vogels om als huisdier of aan dierentuinen verkocht te worden. Het toenemen van de menselijke populatie in AziŽ en met name in zuidoost AziŽ laat een opstand zien in hun activiteiten. Ondanks dat deze en andere watervogels beschermd zijn volgens de wet, zal hij toch in de toekomst verbannen worden uit zijn leefomgeving en uitgeroeid worden. Alle broed gebieden verdienen bescherming voor verstoringen. Doordat er populaties in de Aziatische dierentuinen leven kunnen deze gebruikt worden voor het fokken van wildpopulaties. Als hij met rust gelaten wordt is de Indische Nimmerzat vrijwel tam en kunnen nesten in de aanwezigheid zijn, soms zelfs is hun dorpen van mensen.

 

Laatste wijziging op: 07-07-2007 17:08