Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Berthus en Nelly Oktober | Telefoonkaarten japan | Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Cuttlebug embossing folders en stanzen | Double Do Alfabet | Nieuwe producten cuttelbug Verkrijgbaar!!!! | Kaarten gemaakt met de cuttlebug | Algemene informatie | E-mailformulier | Gastenboek | Weblog | Abdim ooievaar | Afrikaanse Gaper | Afrikaanse Maraboe | Afrikaanse Nimmerzat | Afrikaanse Wolhals Ooievaar | Hamerkop ooievaar | Indische Gaper | Indische Maraboe | Indische Nimmerzat | Indische Wolhals Ooievaar | Jariboe | Javaanse Maraboe | Maleise Nimmerzat | Schimmelkop Ooievaar | Schoenbek Ooievaar | Vorkstaart Ooievaar | Witte Ooievaar | Zadelbek Ooievaar | Zwartnek Ooievaar | Zwarte Ooievaar | Zwartsnavel Ooievaar | Wantlist Stork Stamps | Ooievaars postzegels | Ooievaar telefoonkaarten | Double Stork items | Ooievaar postzegellijst | Maximumkaarten | 1e Dagenvelopen | Ooievaar boeken en folders | Ooievaarverzameling | Ooievaarkaarten | Ooievaars schedels en skelletten | kerstkaarten met de cuttlebug

 

 

AFRIKAANSE GAPER

ANASTOMUS LAMELLIGERUS

 

zw. gaper uiterlijk 2

 

 

ONDERSOORTEN

Anastomus lamelligerus lamelligerus

Anastomus lamelligerus Madagascariensis

 

 

ANDERE BENAMINGEN 

Engels                :  Claw-billed Stork
Frans                  :  Bec-couvert Africain
Duits                  :  Schwarz-Klaffschnabel
Luo                    :  Masoklo
Kwangali           :  Etongorokofu
Afrikaans           :  Oopbek-ooievaar
Malagasy            :  Famakacora
Lengte                 :  55 cm
Gewicht               :  mannetje 1250 gram/ vrouwtje 1000 gram
Spanwijdte          :  circa 100 cm
Vleugellengte     :  42 cm   
Vleugelslagen     :  201 per minuut   

 

 

UITERLIJK

De Afrikaanse gaper is een middelgrote ooievaar, staand 55-60 cm. Hij is geheel zwart met een donkere kenmerkend geschapen snavel die voor een gedeelte open is over de lengte. De speciaal gevormde snavel is bruin hoornachtig van kleur, maar dan doffer vaak met een dof geelachtige basis. De bovenkaak is kaarsrecht, maar de onderste is naar boven gebogen, dit zorgt voor een gat tussen beide kaken, dat weer samen komt bij de punt. De grootte van dit gat tussen de twee kaken is bij 16 volwassenen gemeten en bleek 5,9 mm te zijn. De snijranden van de snavel zijn met hoornstekels bezet. De huid rond de ogen is dof blauw met zwart. De poten en voeten zijn zwart en de ogen bruin. De iris is donkerbruin. De sexen zijn gelijk maar het mannetje is waarneembaar groter. De snavel van het mannetje is langer. Het donkere veren kleed wordt opgelicht tijdens het broedseizoen met glimmende overlappende veren van een kleurenspel van metaal bruin zwart groen en paars. De veren op de borst en buik zijn krullend en gitzwart, terwijl de rug en vleugelveren flatteus groen/bruin en bronskleurig zijn.

 

zw. gaper uiterlijk 1 zw. gaper uiterlijk 4 zw. gaper uiterlijk 3

 

BROEDVERENKLEED

Het donkere veren kleed wordt opgelicht tijdens het broedseizoen met glimmende overlappende veren van een kleurenspel van metaal bruin zwart groen en paars. De veren op de borst en buik zijn krullend en gitzwart, terwijl de rug en vleugelveren flatteus groen/bruin en bronskleurig zijn.

 

zw. gaper broedverenkleed 1 

 

UITERLIJK JONGEN

De net uitgebroede jongen wegen 35-40 gram en zijn geheel bedekt met een dun gezaaid bosje grijze dons op de rug vleugels en kop. De huid de kop en nek zijn roze en dat van het lijfje bijna paars. De snavel is zwart met een soort creme-achtig wit en wordt bijna geheel zwart na ongeveer 25 dagen. De poten en tenen van kleine jongen zijn roze-oranje, dat later vleeskleurig wordt en dan groezelig grijs. De iris is donkerbruin, en veranderd niet. In ongeveer 10 dagen verschijnt een dichte roetachtige zwarte mist en de krop wordt helder roze. Onvolwassen zwarte gapers zijn doffer met bruine randen langs de veren, onderaan en op de rug, boven dekveren en de rug van de nek is gespikkeld wit. De snavel is zwaar er, zonder de bleke basis en is aanvankelijk korter en de spleet tussen de kaken ontbreekt nog. De typische snavel bouw ontwikkelt zich langzaam en neemt waarschijnlijk enkele maanden in beslag.

 

zw. gaper jong 1 

 

GELUID

De Afrikaanse gaper is normaal gesproken stil, behalve in het broedseizoen. Hof makende zwarte gapers stoten een luid klinkend nogal schor, gekras of geschreeuw uit: Horrrh-horrrh, Hoorbaar op ongeveer 100 meter afstand. Tijdens de copulatie wordt een klepperend geluid gehoord dat geproduceerd wordt doordat het mannetje tegen de snavel van het vrouwtje kleppert. Het bedelende geluid van de nestjongen klinkt hetzelfde als de Afrikaanse nimmerzat, maar hoger en meer door de neus.

 

 

VLIEGWIJZE

In de vlucht verbreedt de staart zich en de poten hangen onder het lichaam. De zwarte gapers zweven vaak op de termiek, over lange afstanden. Tijdens de vlucht wordt een serie van geklap wiek afgewisseld door een korte glijvlucht. Ongeveer 201 vleugelslagen per minuut.  Hij vliegt met licht gebogen hals, maar toch echt als een ooievaar. Als zij in de lucht spelen, laten de vogels zich soms met  gedeeltelijke gevouwen vleugels suizend naar beneden vallen.

 

 

ZWARTE GAPER EN ANDERE DIERSOORTEN

Zijn speciale snavel maakt de Afrikaanse gaper unieke en gemakkelijk te onderscheiden van andere soorten.

Op grote afstand, als je de snavel niet goed kan zien, kan hij worden verward met de zwarte reiger of de glanzende Ibis. Biologisch wordt hij vergeleken met de Aziatische witte gaper. In het Queen Elizabeth Nationaal Park in het westen van Oeganda komen zowel nijlpaarden als gapers veel voor. Overdag trekken de nijlpaarden zich in de modderpoelen terug: de dieren houden die zelf diep en modderig door er met hun zware lijven in rond te woelen. De uitwerpselen van deze Gargantua’s zorgen voor een weelderige plantengroei en voor slakken die zich daaraan tegoed doen. De gapers in die streek hebben geleerd dat een nijlpaard dat zich in beweging zet de planten aan de oppervlakte woelt en daarmee ook de slakken die aan de onderkant van de bladeren zitten. Nijlpaarden leven strikt vegetarisch en tonen geen enkele belangstelling voor de vogels die op hun brede ruggen neerstrijken. De gapers schijnen dit te weten en staan zorgeloos links en rechts de slakken op te happen

 

 

TREKGEDRAG

De vogels trekken na de broedtijd in Noordelijke richting, en men vindt ze dan onder andere ook bij de meren en moerassen van Senegal.

 

 

DISTRIBUTIE EN POPULATIE

Deze Afrikaanse zwarte gaper komt voor in een passende omgeving over heel tropisch Afrika, ten zuiden van de Sahara. Het broeden vindt het meeste plaats bij het zuidelijke halfrond. Hij leeft meestal beneden de 1500 meter.

In West Afrika broeden ze alleen in Sierra leone. De Afrikaanse gapers zijn ook wel nestelend gezien in kleine aantallen in Tsaad en Ethiopië. In Oost Afrika komt hij wijdverspreid voor in Kenia en Uganda en hij broedt in Garsen, Kusumu, Rwenzori Nationaal Park, Busoga en Jinja. In Tanzania broedt hij in groten getale in Utgenge en Wembere en in kleine getale op andere plaatsen. Broedkolonies zijn gevonden over heel Zambia in alle maanden van het jaar. In Zuid Afrika is deze soort zeldzaam ten zuiden van Zamberi en broed in Zimbabwe, ten noorden van Botswana, noord Namibia en in noord oost Afrika. Op Madagascar leeft een aparte ondersoort A.L. Madagascariensis die gevestigd is bij de westelijke gedeelte van het eiland, inclusief in het berglandschap.

De Afrikaanse gaper zwerft rond in de natte gedeeltes van tropisch Afrika, waarschijnlijk van de ene kant van de evenaar naar de andere. Er is niet veel bekend over de migratie van de zwarte gapers. Maar hij komt veel voor als de condities goed zijn. Hij is waarschijnlijk niet actief met broeden ten noorden van de evenaar. Hij arriveert tijdens het droge seizoen. Grote groepen strijken neer bij het meer van Turkana, Kenia in november december.

Een gemengde kolonie werd gezien bij de Tana rivier in 1983 terwijl er hevige regenstormen waren maar ook tijdens het erge droge seizoen blijven ze daar. De populatie is waarschijnlijk stabiel. De Afrikaanse zwart gapers is lokaal jaarlijks te zien in Oost Afrika, metname tijdens het broeden en bij de migratie gebieden verzamelen ze daar. Groepen van 7000 zwarte gapers zijn daar waargenomen. Het is de meest voorkomende ooievaar tijdens de maanden december/mei in Sudan, maar is ongewoon in Kenia. In Tanzania komen 1000den zwarte gapers voor tijdens het broedseizoen. Op Madagaskar, tussen Mahajanga en Morombe, vooral bij het Bemamba meer en Morondava waar groepen van 15-20 zwarte gapers veel worden gezien.

 

 

LEEFOMGEVING

Het is duidelijk een ooievaar die bij waterstromingen en overstroomde gebieden te zien is, en zelden in bosrijk gebied. Hij houdt van laag water, zoals meertjes, stromingen en rivieren die regelmatig overstromen en moerassen vormen. Hij foerageert soms ook op droge stukken grond als er voldoende voedsel te vinden is. In west Afrika is hij soms te zien bij de modderbanken aan de kust. De meeste gebieden in Madagascar waar hij zich bevindt zijn laagwater meertjes, rijstplantages en mangrove moerassen. Aan de andere kant reist hij in grote formaties en kan eigenlijk in elke omgeving worden gezien, ook op geploegde velden.

 

zw. gaper rust 2 zw. gaper rust 3 zw. gaper rust 1 zw. gaper rust 4

 

FOERAGEERGEDRAG

De Afrikaanse zwarte gaper foerageert alleen of in groepen met de heilige Ibis en de Hadada Ibis. De foerageer methode bestaat zowel op de tast en door gezichtsvermogen. Ze zoeken op de dag en in de nacht. Ze onderzoeken het water diep met hun bek wijd open. Vaak met het hoofd gebogen om slakken te vangen in poelen en laag water meertjes die bezaaid zijn met riet en andere vegetatie. Ze staan op een plaats, steeds onderzoekend, voordat ze toehappen op een prooi. In een Meer in Oost Afrika werden wel meer dan 50 zwarte gapers gezien terwijl ze voedsel aan het zoeken waren in een kleine poel En ook op de ruggen van nijlpaarden om de slakken te vangen.

Tijdens het voedsel zoeken in groepen gaat het er vaak hard aan toe, en proberen ze elkaars gevangen prooi af te pakken.

 

zw. gaper foerageerwijze 1 

 

 

VOEDSEL

Zoetwaterslakken, mosselen, en ampullaria’s, klein dierlijk voedsel. Hij steekt de punt van zijn snavel in de schelp, snijdt de spier door en trekt het weke slakkelijf er in 10 tot 20 seconden uit,  vaak zelfs zonder dat er een barstje in de schelp komt. Af en toe vindt ook de handigste gaper wel een slak of een mossel die hij niet open kan krijgen; in dat geval kraakt hij de schelp wel, of hij laat hem zolang in de hete zon op de oever liggen tot het weekdier verslapt en ‘zijn deur’ wel moet openen, ver genoeg in ieder geval voor de ooievaar om zijn smalle snavel er door naar binnen te werken. Zelfs in de rijkste moerassen zijn slakken niet altijd makkelijk

te vinden. Gapers moeten voortdurend aan de gang blijven, wroetend en turend tussen alle waterplanten naar de goed verborgen prooi. Een paar zijn er zo gelukkig dat ze een levende ploeg te vinden in de vorm van een nijlpaarddie hun niet alleen een gratis rit geeft, maar ook nog de slakken voor ze omhoog woelt.

 

zw. gaper voedsel 1 zw. gaper voedsel 2 zw. gaper voedsel 3

 

PAARVORMING EN BROEDGEWOONTES

De zwarte gaper broed in kolonies, vaak samen met ibissen, lepelaars, reigers, aalscholvers en andere ooievaars.

Deze overdaad aan broeders en nestelen gebeurd alleen in jaren wanneer er voedsel in overvloed is in de buurt.

Ze nestelen in bomen of bosjes vaak hangend over het water en met tientallen in een boom. De meeste populaties van deze soort broeden tijdens het regenseizoen, wanneer de rivier omgeving overstroomt. Het broeden gaat waarschijnlijk samen met de opkomst van de slakken. Het mannetje staat op het nest en wordt benaderd door het vrouwtje. De paarvorming gebeurd op dezelfde manier als bij de andere ooievaars. Het snavel klepperen is hoorbaar voordat ze een paartje vormen, maar na de paring nog maar af en toe. Het mannetje verdedigd zijn nest door met de kop naar voren te klepperen om mannetjes op afstand te houden en treiterende vrouwtjes.

Tijdens de copulatie kleppert het mannetje tegen de snavel van het vrouwtje.

 

zw. gaper paring 1

 

 

BROEDGEBIEDEN

Broedt van Ethiopië tot de Zambesi en Madagascar in bomen, struiken en riet. Broed in kolonies, vaak bij reiger soorten in de buurt.

 

zw. gaper nestbouw 1 zw. gaper nestbouw 2-1.

 

NEST

Het nest wordt gemaakt van twijgjes, afgewerkt met gras, bladeren en waterplanten, zegge en de binnenkant is vaak vochtig. Het nest wordt bij voorkeur gemaakt in moerassen of op eilandjes. De nesten zijn 45-75 cm buiten diameter en ongeveer 20 cm hoog. Ze herstellen of bouwen beide aan het nest. Ze slepen ook na de incubatie regelmatig nog druipend onkruid aan zodat het nest constant nat blijft. Luide roepen zijn hoorbaar van beide vogels tijdens dit gebeuren. Het uiteindelijke nest of reparatie van het oude nest gebeurd ongeveer een week voordat de eieren worden gelegd.

 

zw. gaper broedgedrag zw. gaper broedgedrag 2 zw. gaper broedgedrag 3

 

zw. gaper nest 1-1 zw. gaper nest 2-1

 

 

EIEREN EN JONGEN

De eieren worden 2 dagen na elkaar gelegd, ongeveer 3-5 eieren. Ze zijn dof en worden al snel bevlekt. Beide gapers broeden, vaak staat de partner dan in de buurt. De incubatie tijd is 25-30 dagen. De nestjongen hebben kortere rechte snavels, maar met een wijde holte, Waardoor het onmogelijk is voor het 45 gram wegende nestjong om slakken door te slikken die meer dan 5 gram wegen. Het bedelen gebeurd met fladderende vleugels en een licht door de neus klinkend gegil. Vaak heeft hij zijn snavel naar boven gebogen waardoor de roze huid goed te zien is. De ouders braken het voedsel op in het nest en brengen ook water. De vliegveren worden zichtbaar na ongeveer 25 dagen en het lijfje is volledig bevederd na ongeveer 40 dagen. De op groei periode in het nest is ongeveer 50-55 dagen. Of het broedseizoen goed is hangt volledig af van de voedselcondities en varieert van totaal mislukt tot 2-5 jongen.

 

zw. gaper eierenzw. gaper jong 2 zw. gaper jong 3

 

zw. gaper jong 4 zw. gaper jong 5

 

FAMILIE

De twee soorten gapers zijn zeer naaste familie van elkaar ook gezien hun gedrag. De op en neer bewegingen tijdens de copulatie en het klepperen vertonen erg veel overeenkomsten met de Amerikaanse schimmelkop. De grootste verschillen tussen de schimmelkoppen en de gapers zijn de snavels en de schedels. Toch zijn ze ingedeeld in dezelfde stam. Tesamen verschillen ze van de andere ooievaars.

 

 

BEHOUD

De Afrikaanse zwarte gaper is lokaal gezien en vormt soms groepen van over de 7000 ooievaars in bepaalde seizoenen. In Afrika is de populatie stabiel, aan de ene kant omdat de kolonies kleiner zijn, en aan de andere kant omdat ze wijder verspreid zijn dan de broedplaatsen van de witte gaper. De soort mag eigenlijk zijn terrein uitbreiden in heel West Afrika.In Madagascar was hij veel voorkomend in de lage landen, maar de laatste jaren is hun aantal sterk afgenomen.De achteruitgang in plaatsen als bij het Alaotra Meer is duidelijk een oorzaak van de mens, omdat de jacht en stroperij daar nog steeds de vrije hand hebben.

 

 

Laatste wijziging op: 18-08-2010 14:37