Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Berthus en Nelly Oktober | Telefoonkaarten japan | Nieuwe pagina | Nieuwe pagina | Cuttlebug embossing folders en stanzen | Double Do Alfabet | Nieuwe producten cuttelbug Verkrijgbaar!!!! | Kaarten gemaakt met de cuttlebug | Algemene informatie | E-mailformulier | Gastenboek | Weblog | Abdim ooievaar | Afrikaanse Gaper | Afrikaanse Maraboe | Afrikaanse Nimmerzat | Afrikaanse Wolhals Ooievaar | Hamerkop ooievaar | Indische Gaper | Indische Maraboe | Indische Nimmerzat | Indische Wolhals Ooievaar | Jariboe | Javaanse Maraboe | Maleise Nimmerzat | Schimmelkop Ooievaar | Schoenbek Ooievaar | Vorkstaart Ooievaar | Witte Ooievaar | Zadelbek Ooievaar | Zwartnek Ooievaar | Zwarte Ooievaar | Zwartsnavel Ooievaar | Wantlist Stork Stamps | Ooievaars postzegels | Ooievaar telefoonkaarten | Double Stork items | Ooievaar postzegellijst | Maximumkaarten | 1e Dagenvelopen | Ooievaar boeken en folders | Ooievaarverzameling | Ooievaarkaarten | Ooievaars schedels en skelletten | kerstkaarten met de cuttlebug

REGEN OF ABDIM OOIEVAAR     

SPHECNORCHUS ABDIMII

 abdim uiterlijk 5

 

ANDERE BENAMINGEN

 

Engels           

:

 Whitebillied Stork, Smaller LocustbirdDuits       

Duits              

:

 Abdimstorch, Regenstorch

Frans             

:

 Cicogne díAbdim

Nederlands   

:

 Regenooievaar, Abdim ooievaar

Afrikaans      

:

 Kleinswartooievaar, Balouwangooievaar, Swart Sprinkaanvoel

Arabisch        

:

 Sinbilah

Hausa            

:

 Shamuwa, Shamwona

Kakamega    

:

 Eviyoyo

Luo                

:

 Omenena

Shona            

:

 Shuramurove

South Sotho  

:

 Mokoroane, Lekoloane, Roba-re-bese

Tswana         

:

 Lekololwane, Mokotatsie

Kwangali      

:

 Endongondongo

Senegal        

:

 Simbil

 

 

 

 

 

 

Grootte             

:

 75 cm

Vleugellengte   

:

 42-47 cm

Spanwijdte        

:

 150-160 cm

Vleugelslagen

:

 189 per minuut

 

UITERLIJK

De Abdim ooievaar is een betrekkelijk kleine soort van de typische ooievaars groep. Staand is hij 68-81 cm groot.

Zijn veren kleed is overwegend zwart met een witte romp en buik.Het volwassen veren kleed is zwart, met een donkere kop, nek en boven nek, en de rug is glanzend paars met groen. De staart en vleugels zijn ook zwart. De witte onderstaart veren zijn stijf en net zolang als de staart veren. Zijn onder rug, inclusief de bovenstaart veren en onderste gedeelten van de lage borst tot aan de buik zijn wit.Als ze in rust zijn, is er een smalle lijn te zien van de witte borst veren tussen de rand van de vleugels en de keel.De iris is grijs/bruin, en de snavel is aan de punt rood en heeft verder een vale hoornachtige groene kleur.De kale huid in het gezicht is lood blauw van kleur, met een rood gedeelte over en in de voorkant van het oog en onder de snavel.De poten en tenen zijn dof olijf van kleur, met een rode kouseband, rond de gewrichten en aan de tenen.Het mannetje is iets groter als het vrouwtje, en de snavel van het mannetje is dieper en dikker aan de basis.

 

     

 

BROEDVERENKLEED

Tijdens het broedseizoen wordt het grootste gedeelte van de kale huid helder Frans blauw. En de rest van de zachte gedeelte schijnen rijker van kleur.De loris de oogring, kin en binnenkant van de oren zijn vermiljoen rood, het voorhoofd is lichter vleeskleurig, en de rest van de naakte huid blijft blauw/paars. Broedende vogels hebben groen/grijze poten met roze knieŽn en tenen.

 

 

 

 

VERENKLEED JONGEN

De net uitgekomen jongen zijn dun bedekt met donker dons, over de bleke blauw/grijze huid en hebben een zwart voorhoofd. Na 10 dagen zijn de jongen bedekt met zacht licht grijs dons, hun snavel is zwart met een lichte punt, en de poten zijn roze. Half volgroeide nestjongen zijn bedekt met een wit dons, behalve aan de voorkant van de kroon, waar hun dons zwart is. Het patroon van de kop en nek, lijken sterk op die van de wolnek ooievaar, die dit patroon ook als volwassene heeft. Als ze 4 weken oud zijn, zijn de jongen volledig bevederd, en een evenbeeld van hun ouders, hoewel ze over het geheel doffer zijn. Onvolwassen jongen hebben het zelfde veren kleed patroon als hun ouders, maar zijn veel doffer en bruiner en hebben minder glans, en minder kleurrijke delen. Er is nog steeds wat dons te zien op hun keel en de snavel is dof rood.

 

 

 

 

GELUID

Het geluid dat ze voortbrengen komt sterk overeen met dat van de zwarte ooievaar. Roepen die gehoord zijn in Zimbabwe terwijl ze in rust waren, werden omschreven als een solitair fluisterend gefluit die tot op een afstand van 25 meter hoorbaar is. Voor een ooievaar is deze roep eigenlijk niet opvallend een soort peep peep peep.

 

 

VLIEGWIJZE

Ze gebruiken hun vleugel slag slechts voor korte afstanden, en glijden en zweven vooral over lange afstanden, met name tijdens de trek. Ze vertonen over het algemeen hetzelfde patroon als de meeste ooievaars. Abdim ooievaars verlaten hun broed eilanden vliegend op hun vleugel slagen naar het vaste land. Op de weg terug zijn ze eerst in staat om hoogte te winnen boven het vaste land door de termiek, en kunnen dan al zwevend en glijdend weer terug naar het eiland. Hoewel, ook als er hoge wind is en het zweven niet mogelijk, keren ze terug naar het eiland door op hun vleugel slag laag over het water te vliegen. Deze waarnemingen zijn bij verschillende abdim ooievaars waargenomen.

De abdim ooievaars zijn ongelooflijke acrobaten in de lucht en glijden naar onvoorstelbare hoogtes. Het normale aantal vleugel slagen van de abdim is 189 per minuut.

 

 

ABDIM OOIEVAARS EN ANDERE OOIEVAARSSOORTEN

De abdim ooievaars kunnen verward worden met de meer voorkomende zwarte ooievaar, maar hij is waarneembaar kleiner en dikker. Laat een witte romp en lage rug zien tijdens het vliegen en ook de zachtere delen verschillen van kleur. Hij leeft meer in groepen dit in tegenstelling tot de zwarte ooievaar, die maar zelden in groepen gezien wordt. Hij verschilt duidelijk van de witte ooievaar, en de wolnek ooievaar is iets kleiner en heeft een langere witte nek en witte kop. Andere Afrikaanse ooievaars zijn groter en uniek in hun eigen soort. Reigers zijn kleiner, dunner en anders gekleurd.

 

 

DISTRIBUTIE EN POPULATIE

Hij broed in het half droge tropische gedeelte van Senegal, noord Nigeria en Tsjaad, oostwaarts door Sudan, EthiopiŽ, noord SomaliŽ, zuidwaarts tot west Kenia en Uganda. Hij broed ook in kleine getale in Jemen en zuidwest ArabiŽ. In west Afrika broed hij veelvuldig tussen de grens van 17-8 graden noorder breedte, in west Afrika broed hij in kleinere getale ten zuiden van de evenaar. De abdim ooievaar is een trekvogel binnen Afrika. Hij broed ten noorden van de evenaar en overwinterd met name ten zuiden van de evenaar. Zijn trekroutes en tijdstip van vertrek zijn zeer goed in kaart gebracht. De trek schijnt over het algemeen veel te maken te hebben met het volgen van de regen, en de daarmee gepaard gaande overvloed aan insekten. Heen en terug van het noorden en zuidelijk halfrond.

Deze soort ooievaar verblijft zelden lang in droge gebieden. Ooievaars verzamelen zich in grote groepen als voorbereiding op hun trektocht naar het zuiden. In Sudan gebeurd dit in Augustus/September. Vogels van West Afrika trekken oostwaarts en dan zuidwaarts tussen September en November. Ze nemen dan een meer oostelijke route dan in de lente en vliegen waarschijnlijk met grote hoogte over de bossen van Congo. Van oost Afrika vliegen ze vaak in zeer grote groepen, en passeren al trekkend Uganda, west Kenia en west tanzania in september tot December. Een ontzaglijke grote groep overwinterd van December/Februari verder ten zuiden. Groepen arriveren in Zuid Afrika in Oktober en vertrekken weer naar het noorden tegen het einde van Maart, ze zijn het meest voorkomend in de droge binnenland gebieden, zoals Transvaal, Orange Free State, en ook in Botswana en Noord NamibiŽ. Meer dan 800 vogels werden geteld in Zambia tussen Februari en begin Maart. Ze trekken noordwaarts door Uganda, west Kenia en west Tanzania laat in Februari tot maart. Sommige vogels meestal onvolwassen en jonge abdim ooievaars zwerven soms naar het oosten tot Oman en oost ArabiŽ. Deze verplaatsing kan toenemen als gevolg van uitbreiding van bebouwing en herindeling landschap. Hij is waargenomen in Spanje als een zwerver.

Er schijnt een zeer kleine populatie voor te komen in oost Eritrea, EthiopiŽ. Ze broeden daar in Januari/maart en overwinteren tijdens de winter in het regenseizoen, als de meeste abdim ooievaars in het zuidelijke halfrond zijn.

Deze soort is gewoon tot overvloedig over heel zijn leefgebied, op sommige momenten komen ze in groepen van duizenden te samen voordat ze op trek gaan, en in de foerageer gebieden. De broedkolonies zijn echter meestal niet zo heel erg groot, meestal een paar dozijn vogels bij elkaar. Maar hun broed gebied is uitgebreid en het totaal aantal kan op zijn minst in tientallen, honderd tallen tot duizenden worden gezien. In Januari 1987 werden 40.000 abdim ooievaars geteld vergezeld met meer dan 100.000 witte ooievaars foeragerend tijdens een leger wormen plaag, ongeveer 50 km ten westen van Arusha, Tanzania. Over het algemeen kan gezegd worden dan hij stabiel is in zijn soort.

 

 

REDEN TREK

De trek wordt voornamelijk veroorzaakt door gebrek aan voedsel in het gebied waar deze ooievaars zich gewoonlijk ophouden.

 

 

THERMIEK

Dankzij hun bedrevenheid in het liften op warme luchtstromen kunnen abdim ooievaars met het seizoen heen en weer over de evenaar trekken en de wisselende gebieden van voedselrijkdom uitbuiten. De gewone en zwarte ooievaar in Europa en AziŽ leggen veel grotere afstanden af. Beide ooievaars vermijden zo de competitie met hun

tropische verwanten, niet door een bepaalde voedselniche op te zoeken, maar door het strijdtoneel tijdelijk te verlaten.

 

 

ECOLOGIE

Deze soort ooievaar is een landsoort, foerageert zelden in water en is het meest te vinden in grasland, weilanden en landbouwgebied. Hij is specifiek ingesteld op bepaalde insekten, en past zijn trekpatroon daarop aan. Zo is hij met name te vinden bij sprinkhaan zwermen en maakt op die manier optimaal gebruik van het voedselaanbod. Het schijnt zo te zijn dat des te meer regen er valt, des te meer ooievaars er te vinden zijn, de oorzaak daarvan is simpel het voedsel aanbod is dan gigantisch. Ook afgebrande gebieden, en pas met gras ingezaaide gebieden zijn uitstekende plaatsen voor de foeragerende abdim ooievaars. De abdim ooievaars worden ook naar gebieden getrokken die in brand staan, alwaar ze naast de brandhaarden de insekten oppikken die aan de vlammen willen ontkomen.

 

 

FOERAGEERWIJZE

Ze foerageren met name overdag, en localiseren hun voedsel op zicht. De abdim ooievaars foerageren meestal in losse groepen. Bij gebieden die in de brand staan, worden ze vaak vergezeld door  Maraboes, witte ooievaars, kieken dieven en andere vogels. Op andere momenten is deze ooievaars soort langzaam lopend te zien in kleine groepen over droge velden met hun nekken naar voren gestoken en koppen uitgerekt, zoekend naar prooien.

Tijdens sprinkhaan plagen, kunnen soms wel groepen van enkele duizenden vogels worden gezien. Onder deze condities loopt de abdim ooievaar snel, en plukt de sprinkhanen in het wilde weg uit de lucht.Foeragerende groepen schijnen sneller te lopen als enkele vogels. In Zimbabwe was een grote groep abdim ooievaars in staat om samen met een 4 tal kroon kraaien in 3 dagen tijd een veld van 4 hectare vol met leger wormen leeg te eten. Deze soort is ook gezien bij grote zoogdier karkassen, maar het is niet duidelijk of ze dan van het vlees eten, of afkomen op de insekten die er dan omheen zitten. Abdim ooievaars foerageren vaak samen met de witte ooievaars en wolhals ooievaars. En worden soms gevolgd of verjaagd door bijen eters.

     

VOEDSEL

Ze eten vaak met de witte ooievaar grote massaís sprinkhanen en andere schadelijke insekten en rupsen van de nachtvlinder. Maar ook kikkers, hagedissen en andere kleine reptielen, kleine vissen, waterratten, jonge vogels, schorpioenen, slakken, krabben en muizen, die de ooievaar uit de aarde en het gras van de savanne te voorschijn haalt met zijn snavel. Zijn voorkeur voor insekten gaat uit naar kevers, sprinkhanen, krekels, legerwormen, en met name rode sprinkhanen. In mesthopen zoekt hij naar grote larven van bv. De neushoorn kever.

   De kop gaat als eerste naar binnen.

 

RUST

Als de abdim ooievaars niet foerageren, verzamelen ze zich nabij poelen en meertjes. En soms nemen ze een zonnebad met hun vleugels wijd gespreid. Ze maken vaak glijvluchten in de middag in de buurt van het foerageer gebied en regelen waarschijnlijk op die manier hun lichaamstemperatuur tijdens het hete weer.

 

         

 

 

TAM

Deze soort is extreem tam in het nest gebied, en ook enigszins in het foerageer gebied. In de kolonie bij het meer Shala in EthiopiŽ konden mensen hem bijna op aanraak afstand benaderen voordat hij van het nest af vloog, en dan nog vloog hij maar voor enkele meters weg.De lokale bevolking valt de abdim ooievaar over het algemeen niet lastig.Hoewel er wel bekend is dat de Ennedi Nomaden abdim ooievaars eten, doordat het insekten eters zijn kan worden aangenomen dat ze goed smaken.

 

 

BROEDGEDRAG

De abdim ooievaar broed in kolonies.De groepen zijn meestal niet zo heel groot, en kan variŽren tot een paar tot enkele tientallen paren. Meer dan 30 paren werden er in Sudan geteld in een enkele Mimosa boom. Soms nestelen ze ook in gemengde kolonies samen met de roze snavel pelikanen, maraboes, reigers en nestelen ze naast de heilige Ibissen. Hun nesten zijn gevonden tot op een hoogte van 2100 meter in noordwest EthiopiŽ. Ze broeden tijdens het regenseizoen ten noorden van de evenaar, wat gepaard gaat met de overvloedige aanwezigheid van grote populaties insekten. In EthiopiŽ begonnen ze zelfs met broeden in de periode dat de eerste hevige regens zich aankondigden in het regenseizoen, wat een storm aan vliegen met zich mee bracht en waarschijnlijk de belangrijkste prooi vormt voor de ooievaars. Anderhalve week later gingen de hevige regens gepaard met een toename van paringen en nestbouw activiteiten. Dus naar het zich laat aanzien zijn de regens voor de ooievaars de aanzet om te gaan paren en de nesten te maken. Een uitzondering is er echter in het lente broedseizoen langs de grens van oost Afrika en aan de kust van Eritrea, waar de hevige regens op andere tijdstippen voorkomen. In Soedan werden ooit eens in een apebroodboom 65 nesten geteld.

   Baltsgedrag.

 

 

TERRITORIUM ROND HET NEST

Het broedseizoen begint als het mannetje zich, een al bestaand of nieuwe nestplaats uit heeft gezocht. De frequentie van de rituele gedragingen is groter, omdat deze ooievaar soort in kolonies broed. Tijdens de selectie van de nestplaatsen wordt er vaak luid geklepperd. De aanvaller vliegt achter zijn tegenstander aan, en blijft op zijn positie boven en achter zijn tegenstander. Als de aanvaller zijn tegenstander nadert, tilt hij zijn hoofd iets op iets verder dan horizontaal en kleppert zoín 25 keer luid met zijn snavel. Een ongewone vertoning bij mannetjes voor en tijdens de paarvorming noemt men spot gevecht. Dit bijna bizarre gedrag lijkt soms wel aangemoedigd te worden als er een insekt over het nest vliegt, of soms gebeurd het ook spontaan. Hij strekt zijn nek, hoofd en borst veren en maakt een serie van wilde sprongen in de lucht, happend en ratelend met zijn snavel. Hij leunt van de ene naar de andere kant alsof hij geslagen wordt door de wind, hij verliest vaak zijn evenwicht, klappert met zijn vleugels om weer in balans te komen, en bijt onwillekeurig naar objecten die in de buurt zijn of naar nest materiaal. Soms wordt dit gedrag gevolgd door vogels die recht naar beneden duiken om daarna al dwarrelend rond te vliegen als een vleermuis soms met hun poten naar voren gestrekt op een manier zoals een buizerd wegvliegt. Ook beginnen ze soms van het een op het andere moment een gevecht al dan niet met een tegenstander in de buurt, dit gedrag is ook bij de maguari ooievaar bekend. Als een alleenstaand vrouwtje een mannetje nadert op een potentiŽle nestplaats, schudden ze vaak met hun koppen. Het mannetje stoot een serie keelklanken uit, en steekt zijn borst vooruit, met zijn kop omlaag en zijn snavel naar beneden. Zijn vleugels worden een beetje naar achteren gehouden van zijn lichaam en opgetild.

Zijn rug en nekveren staan omhoog en zijn staart is opgetrokken.  Ze verdelen hun gewicht van de ene naar de andere poot, ze schudden hun kop van de ene naar de andere kant, en dan laat de vogel zich zakken om op het nest te gaan liggen. Soms wordt het vrouwtje na zoín gedraging verjaagd. Alleen als het vrouwtje dit gedrag vertoond wordt het mannetje zelden afgewezen, en daarna vindt de paarvorming plaats. Het op en neer gedrag varieert sterk met het welbekende ooievaars gedrag. Tijdens de gehele vertoning zijn de vleugels gespreid en open gehouden in een boog van 90 graden. De snavel wordt eerst naar beneden gericht, met de nek gebogen, en een serie van melodieus gefluister is hoorbaar. Dan wordt de kop weer omhoog getild totdat de snavel naar voren wijst, en de kaken klepperen snel een aantal keer. De staart wordt afwisselend op en neer bewogen, terwijl de kop beweegt.

 

 

NESTBOUW

De erg actieve vertoningen van de abdim ooievaars worden gevolgd door het completeren van het oude nest, of nieuwe nestbouw. Het mannetje brengt het meeste nestmateriaal aan, terwijl het vrouwtje dit voor de constructie van het nest gebruikt.

 

    

    

 

NEST

Abdim ooievaars bouwen hun nest in bomen, zoals de acacia of een palm.  Maar ook op de daken van Afrikaanse hutten en soms op massieve rotsen zoals op de Columnar Basalts formaties bij het meer Shala in EthiopiŽ.

In noord West Kenia werden in 1962 zelfs nesten gevonden op klifranden. Met name in west Afrika worden de nesten met name gebouwd in bomen in dorpen of zelfs op de daken van hutten. Inwoners zien deze tijdelijke gasten als brengers van de regen. Bij het Shala meer in EthiopiŽ werden de nesten erg dicht bij elkaar gevonden sommige waren zelfs op minder dan 30 cm van elkaar gebouwd. Ze worden gemaakt van takken en afgewerkt met zachtere vegetatie, zoals leem en klei. Nesten kunnen een diameter hebben van 1.0-1.5 meter en 20-30 cm dik zijn.

 

  

EIEREN

Het broedsel bestaat uit 1-5 eieren, meestal 2 of 3. Bij 22 broedparen was het gemiddelde aantal eieren 2,2 per nest. De eieren worden gelegd met intervallen van 2 tot 3 dagen. De eieren zijn krijt crŤme wit, maar die worden al snel besmeurd. De incubatietijd in het wild is niet bekend. De incubatie tijd bij vogels in gevangenschap was 30-31 dagen, en ze beginnen met broeden nadat het 2e ei is gelegd. Hoewel bij een ander paartje in gevangenschap het 28-30 dagen duurde voordat de jongen uitkwamen. Beide ouders broeden, en vertonen op en neer bewegingen als ze elkaar afwisselen. Het bekende dood van het ei werd veroorzaakt door gevechten op het nest.Twee in gevangenschap geboren jongen deden er respectievelijk 32 en 36 uur over om uit het ei te komen. Ze wegen dan ongeveer 37 gram.

 

 

JONGEN

De ouders voeden de jongen door het voedsel op de nestbodem uit te braken. De ouders beschermen de jongen vaak tegen de hete zon, door met gespreide vleugels over ze heen te gaan staan. Het wegroven van jongen wordt voornamelijk vermeden doordat er eigenlijk altijd een van de ouders over de eieren en kleine jongen waakt.

Eieren en jongen gaan verloren doordat ze aangevallen door buur ouders die het nest of het nest materiaal over proberen te nemen. De jongen ontwikkelen zich langzaam, ze kunnen na 6 dagen zitten en staan pas na 2 weken.

Hun veren kleed is volledig na ongeveer 50-60 dagen, en de totale broedcyclus vanaf de aankomst van de ouders op het nest tot het uit vliegen van de jongen, duurt ongeveer 90-100 dagen. Wanneer de jongen in staat zijn met de ouders meer te vliegen gaan ze in kleine groepen aan de trek beginnen.

 

 

HERKOMST

Hij is ingedeeld bij de typische ooievaars familie. En hij is vernoemd naar Abdim Bey, de gouverneur van Dongola, Sudan in 1823.

 

 

BEDREIGING/BESCHERMING

Deze lokaal overvloedige ooievaar heeft het geluk dat de inheemse bevolking van Afrika in hoge mate zich realiseert de komst van de abdim ooievaar een signaal is dat de regentijd gaat beginnen. Hoewel de abdim ooievaars geen kinderen brengen of de regentijd aankondigen. Hij wordt ook herkend als een vogel die de insekten plagen in toom houdt. Ze worden bedreigt in hun leefgebied en door insekticiden. In Sudan, wordt gesuggereerd dat de insekticiden een slechte invloed hebben op de jongen, hoewel dit nog moet worden bestudeerd. Pogingen om sprinkhaan plagen te controleren zouden wel eens kunnen leiden tot afname van het voedsel aanbod van deze ooievaars. In Nigeria zijn in de regentijd veel abdim ooievaars, maar zij worden  niet geschoten. In Mali-Niger en Senegal worden ooievaars vervolgt, om tot op het bot te worden opgegeten. Daarentegen wordt de abdim ooievaar in een aantal landen geheel of gedeeltelijk beschermd. Aangezien zowel de witte als de abdim ooievaar hetzelfde voedsel eten ziet het er gezien de ervaringen met onze ooievaars, voor de abdims niet zo gunstig uit. De abdims zijn evenals de witte ooievaar van

oudsher sterk aan de mens gebonden; ze kunnen bijna niet meer buiten hem. Maar doordat de mens van dorpen steden maakt, ontneemt hij de abdims meer en meer de kans om in zijn nabijheid te leven. Afrika is gelukkig groot en de abdims hebben voorlopig gelegenheid genoeg elders hun bivak op te slaan. Op sommige plaatsen in de buurt van dorpen kun je nog honderden abdim ooievaars zien. Het is te hopen dat ze zich in die aantallen zullen handhaven en niet zo afhankelijk van de mens zullen worden  als onze witte ooievaar.

 

 

BIJGELOOF

De mens zal een abdim nest niet verstoren. Evenmin zullen de bewoners van de bekende kraal hutten, de abdim

ooievaars verjagen, die daar, waar de strohalmen bovenop het  puntige dak zijn samengebonden, een bijna kant en klaar broedplekje hebben gevonden. Men is zelfs blij met het bezoek. Zoals ieder in Holland op slag enthousiast wordt wanneer ergens ooievaars nestel neigingen beginnen te vertonen, zo worden abdims door de Afrikaanse

inboorlingen begroet. Zij zullen evenmin als wij een nest verstoren, al is de reden  daarvoor iets anders dan bij ons, men denkt dat de geesten van de overleden familieleden in de abdim ooievaars huizen. In wezen verschilt het niet zo veel. In beide gevallen heet het verjagen van ooievaars ongeluk brengen.  Terwijl een nest in de buurt van het huis alleen maar goede dingen kan betekenen.

 

 

AANTALLEN

Ook de aantallen op zich kunnen zonder de extra schoonheid van het veren kleed, een onuitwisbare indruk maken. In de benedenloop van de victoria Nijl bieden de Abdim ooievaars op de trek zoín schouwspel. In april verschijnen er grote zwermen vogels, op doortocht van zuidelijk Afrika naar de noordelijke savannes waar ze van mei tot

september broeden. Na een ochtendmaal van sprinkhanen verzamelen de vogels zich tot massaís op de modderbanken en zandrivieren. Wanneer ze gerust hebben stijgen ze hoog op de thermiek. Met honderden

cirkelen ze in grote spiralen om hoogte te winnen voor een zweefvluchtnaar het noorden, die hen dan weer een etappe verder zal brengen.

 

 

  

 

 

 

 

 

 

Laatste wijziging op: 18-08-2010 14:35